
Jan Terlouw
Jan Terlouw (1931, Kamperveen) werkte jaren als kernfysicus voordat hij in 1970 besloot de politiek in te gaan. Hij was onder meer fractievoorzitter van D66, Minister van Economische Zaken, Commissaris der Koningin in Gelderland en senator van de Eerste Kamer. Tegelijkertijd debuteerde hij als kinderboekenschrijver met Pjotr en Oom Willibrord. Zijn bekendste boeken zijn Koning van Katoren (bekroond met een Gouden Griffel) en Oorlogswinter (de verfilming die in 2008 in de bioscopen draaide is met bijna een miljoen bezoekers een van de best bezochte Nederlandse films ooit).
Naast de jeugdboeken die bij Lemniscaat zijn verschenen heeft Jan Terlouw een aantal korte verhalen en boeken geschreven, waaronder De Derde Kamer, Naar zeventien zetels en terug en Achter de barricaden (uitgeverij L.J. Veen). Samen met zijn dochter Sanne schrijft hij detectiveboeken. In 2011 verscheen zijn meest recente boek, Hoed u voor mensen die iets zeker weten, een verzameling van beschouwingen, herinneringen, gedichten, sprookjes en toneelteksten. In 2010 werd Jan Terlouw door onderzoeksbureau Hendrik Beerda uitgeroepen tot de schrijver met de sterkte reputatie.
Veel van de boeken van Jan Terlouw spelen in de wereld die wij kennen, maar hij heeft ook een aantal verhalen in een fantasieland gesitueerd. Koning van Katoren, Zoektocht in Katoren en De Kloof spelen bijvoorbeeld in landen die de schrijver zelf bedacht heeft. De setting doet daardoor een beetje sprookjesachtig aan, maar de problemen waarmee de hoofdpersonen te maken krijgen, zijn wel uit het dagelijks leven gegrepen.
De hoofdpersonen in zijn boeken lopen niet weg voor hun verantwoordelijkheden en door middel van zijn verhalen wil Terlouw de lezer aansporen ook zelf de verantwoordelijkheid voor zijn daden te dragen. Dat wordt bijvoorbeeld heel duidelijk in Eigen rechter. Hierin laat hij zien dat de wet niet altijd even helder is en dat iedereen zijn eigen rechtsgevoel moet ontwikkelen en zelf beslissingen moet nemen.
Jan Terlouw is geadopteerd door Boekhandel Haasbeek in Alphen aan de Rijn. In deze winkel kunnen ze je alles over hem vertellen en misschien loop je na een bezoekje wel met een gesigneerd exemplaar de deur uit!
boeken door Jan Terlouw:

Briefgeheim
Briefgeheim
De kloof
De kloof
De kunstrijder
Eigen rechter
Gevangenis met een open deur
Hoed u voor mensen die iets zeke…
Koning van Katoren
Koning van Katoren
Koning van Katoren (filmeditie)
Oom Willibrord
Oorlogswinter
Oorlogswinter
Oosterschelde windkracht 10
Oosterschelde windkracht 10
Pjotr
Zoektocht in Katoren
Jan Terlouw
bekroningen
De boeken van Jan Terlouw vallen regelmatig in de prijzen. Voor Koning van Katoren en Oorlogswinter ontving hij in 1972 en 1973 de Gouden Griffel en De Kunstrijder werd in 1990 onderscheiden met de Prijs van de Nederlandse Kinderjury.
In 2000 werd Eigen rechter genomineerd door de Jonge Jury.
Zijn boeken zijn echter niet alleen populair in Nederland. Ze zijn vertaald in het Frans, Duits, Engels, Fins, Hongaars, Italiaans, Pools, Spaans (Castiliaans, Catalaans, Baskisch en Galicisch), IJslands, Zweeds, Zuidafrikaans, Fries, Tsjechisch, Deens, Japans en zelfs in twee Keltische talen: het Iers en het Welsh.
In 1973 kreeg Terlouw voor Koning van Katoren bovendien de Österreichischer Staatspreis für Kinder- und Jugendliteratur.
Jan Terlouw
de pers
'Samenvattend: Oosterschelde windkracht 10 onderscheidt zich op enkele belangrijke punten in positieve zin van veel soortgelijke jeugdboeken die een bepaald probleem in romanvorm herbergen. Het thema is niet trukmatig of onnatuurlijk ingevoerd, maar konsekwent verweven in het verhaal dat daardoor zinnig wordt. De visie van de schrijver zweeft niet als een neerdrukkend stempel boven de pagina's. Het is vaak amusant en solide geschreven.'
Barber van de Pol in De Groene Amsterdammer
‘Terlouw beschikt over een heldere stijl, een aangename verteltrant en een grote verbeeldingskracht. (...) Terlouw, bijna de W.F. Hermans van de jeugdliteratuur!'
Hans Dorrestijn over Oosterschelde windkracht 10 in Vrij Nederland
‘Terlouw formuleert snel, makkelijk en weet zijn ideeën goed leesbaar en op boeiende wijze aan zijn publiek te presenteren.'
Joke Linders-Nouwens over De Kloof in het Haarlems Dagblad
‘Op meesterlijke wijze geeft de schrijver, in de vorm van een spannend sprookje, een geestige persiflage op onze maatschappij.'
Marijke van Raephorst over Koning van Katoren in Elsevier
‘Terlouw-fans hebben gouden uren voor de boeg met De kunstrijder.'
Goos van Gorkum in de Gooi- & Eemlander
‘En daarin ligt juist de charme van deze vaak bizarre verhalen. Terlouw vertelt over de alledaagse werkelijkheid (...) Hij toont de lezer hoe verrassend dichtbij het vreemde, het heldhaftige, het mysterieuze soms kan zijn (...) De verhalen doen meer dan eens denken aan het spitse proza van Herman Pieter de Boer. Jonge lezers kunnen zonder blozen hun vergeten jeugdliefde Terlouw opnieuw ter hand nemen.'
Rita Ghesquiere over De uitdaging in De Standaard
Jan Terlouw
interview
Jan Terlouw
Jan Terlouw werd in 1931 geboren als zoon van een dominee. Hij was de oudste zoon thuis en had nog twee broers en twee zussen. Hij groeide op in de Veluwse dorpen Garderen en Wezep waar zijn vader predikant was. Beide dorpen hebben later model gestaan voor zijn boeken; Garderen wordt beschreven in Bij ons in Caddum en Oorlogswinter speelt in het dorp Wezep, al noemde Terlouw het in zijn boek de Vlank. Jan Terlouw kreeg de liefde voor verhalen met de paplepel ingegoten; zijn vader was een man die graag vertelde.
Heeft die liefde voor verhalen u ertoe gebracht zelf verhalen te gaan schrijven?
‘Het heeft er indirect denk ik wel mee te maken. Toen ik zelf vader was geworden van vier kinderen vertelde ik hun ook altijd verhalen. Ik heb ze maar één keer een boek voorgelezen, dat was Alleen op de wereld, de rest verzon ik zelf.
Op een gegeven moment vonden mijn vrouw en kinderen dat ik die verhalen eens op moest schrijven - zo ben ik begonnen. Mijn vrouw las mijn verhalen, corrigeerde ze en daarna stuurde ik ze naar kinderboekenschrijver Paul Biegel om te vragen wat hij ervan vond.
Volgens Paul Biegel was het moeilijk om als beginnende schrijver met verhalen door te breken en hij raadde me aan eens een boek te schrijven. Die raad heb ik aangenomen.
Geïnspireerd door een reis naar Rusland die ik voor mijn werk had moeten maken, schreef ik Pjotr. Daarna zijn mijn verhalen over oom Willibrord ook gepubliceerd.'
Voordat van Jan Terlouw in 1970 zijn eerste kinderboek verscheen, had hij al een hoop andere dingen gedaan. Als kind wilde hij eerst boer worden, toen piloot en daarna chirurg, maar uiteindelijk heeft zijn hartstocht voor wis- en natuurkunde gewonnen en is hij gaan studeren.
Toen in 1966 de politieke partij D66 werd opgericht, was Terlouw zo enthousiast over hun ideeën dat hij vrijwel onmiddellijk lid werd van de partij. En het bleef niet bij een lidmaatschap - het was het begin van een lange carrière in de politiek.
Heeft uw politieke loopbaan ook sporen nagelaten in de boeken die u heeft geschreven?
‘Ik heb in mijn verhalen altijd discussiestof willen bieden over maatschappij en milieu. De 'boodschap' die ik mijn lezers mee wil geven, heeft alles te maken met mijn politieke idealen. Zo laat Stach uit Koning van Katoren bij het vervullen van zijn eerste opdracht zien dat democratie het allerbelangrijkste is in een samenleving. Als mensen ophouden met elkaar te praten, komt er nergens meer iets van terecht.
In een aantal van mijn boeken laat ik zien hoe sommige mensen macht misbruiken, zoals de bestuurders in Oosterschelde windkracht 10 en de ministers in Koning van Katoren. Ik denk dat macht alleen goed kan worden uitgeoefend als zij gekozen en gecontroleerd is en als zij van tijdelijke aard is. Soms kan iemand zijn natuurlijk overwicht ook verkeerd gebruiken. Dat gebeurt bijvoorbeeld in Gevangenis met een open deur waarin de sekteleider zijn macht voor verkeerde doelen aanwendt.
Mijn belangstelling tijdens mijn werk is altijd primair uitgegaan naar milieubeheer en economische zaken. Ook die fascinatie is terug te zien in mijn boeken: Oosterschelde windkracht 10 geeft een duidelijk beeld van de argumenten voor en tegen de volledige afsluiting van de Oosterschelde.
Ik vind het leuk in een verhaal een traditionele visie tegenover nieuwe inzichten te plaatsen. Tijdens mijn lidmaatschap van de Tweede Kamer was ik nauw bij de besluitvorming rond de Oosterschelde-dam betrokken.'
In hoeverre is uw werk autobiografisch?
‘Dat is moeilijk te zeggen. Ik zuig veel uit mijn duim, maar sommige dingen in mijn boeken zijn wel echt gebeurd, bijvoorbeeld in Oorlogswinter. Ik was acht toen de oorlog uitbrak en ik heb die vijf jaren onder de Duitse bezetter heel bewust meegemaakt. Enkele ervaringen uit die tijd heb ik verwerkt in dat boek.
Mijn grootste angst toen was dat mijn ouders gegijzeld zouden worden. Mijn vader was twee keer opgepakt en beide keren hadden ze tegen hem gezegd: "Morgen schieten we je dood." Dat laat ik de vader van Michiel in mijn boek ook overkomen. Hem schieten ze ook echt dood, mijn vader gelukkig niet. Maar ik heb niet alles zelf meegemaakt. Die overval op het distributiekantoor bijvoorbeeld, daar was mijn buurjongen bij betrokken.
Sommige verhalen zijn ook ontstaan vanuit een gebeurtenis die ik zelf heb meegemaakt, maar het verloop van het verhaal is voortgekomen uit mijn eigen fantasie. Zo kreeg ik het idee voor De kunstrijder toen ik een aantal jaren in Parijs woonde en me bezighield met transport. Op een gegeven moment kwam ik in aanraking met vervoer van gehandicapten. Dat zette me aan het nadenken over mensen die een bepaalde lichaamsfunctie moeten missen. Gehandicapten kunnen vaak veel meer dan mensen denken; mijn boek kun je misschien wel zien als een pleidooi voor de emancipatie van mensen met een handicap.'