Lieneke Dijkzeul
de pers
Lieneke Dijkzeul
‘Hou je taai! is bovenal een fraai gecomponeerd, lekker leesboek dat veel kinderen van negen jaar en ouder zal aanspreken.'
Joke Dieben-Frerichs in het Haarlems Dagblad
‘Lieneke Dijkzeul heeft heel persoonlijke aspecten en meer detective-achtige aspecten knap door elkaar geweven en weet zo het verhaal goed op spanning te houden.'
Els de Jong-van Gurp over De tweede viool in het Nederlands Dagblad
‘Lieneke Dijkzeul is er wederom in geslaagd een vlot verhaal met veel spanning te leveren dat een serieuze kandidaat is voor de kinderjury.'
Toin Duijx over Een muis met klauwen in Hervormd Nederland
‘In sfeervolle bewoordingen weet Lieneke Dijkzeul haar lezerspubliek al na een paar bladzijden in een sprookjesachtige stemming te brengen.'
Baukje Wytsma over Een bezem in het fietsenrek in de Leeuwarder Courant
‘Kortsluiting is een heerlijk leesboek voor een grote groep jongeren. Het is spannend, avontuurlijk, meeslepend en toegankelijk verteld.'
Ruud Kraaijeveld over Kortsluiting in Jeugdliteratuur in de basisvorming
‘Lieneke Dijkzeul schrijft levendig, met veel goede dialogen.'
Wendy de Graaf over Bevroren tijd in Leesgoed
Lieneke Dijkzeul
interview
Lieneke Dijkzeul
Hoe kwam u ertoe om het schrijven weer op te pakken?
‘Na de geboorte van mijn dochter Inger raakte ik opnieuw in de ban van kinderverhalen en kinderpoëzie. De ‘schrijfkriebel' van vroeger kwam terug en in 1987 begon ik met het schrijven van korte verhalen. Dat was best griezelig; ik vroeg me voortdurend af of ik het wel kon. Maar het was ook heel spannend. Gelukkig werden mijn verhalen positief ontvangen. Ze werden gepubliceerd in Bobo, Okki, Taptoe, Margriet en Donald Duck en er verscheen een gedicht van mij in De Blauw Geruite Kiel, de toenmalige kinderkrant van Vrij Nederland.'
En hoe ontstond uw eerste boek?
‘Uitgeverij Zwijsen merkte de verhalen in Bobo op. Ze hebben me toen gevraagd of ik ook een verhaal voor hen wilde schrijven. De boeken die ik voor Zwijsen maak, zijn altijd voor een bepaalde serie bestemd waarmee kinderen op school leren lezen. Ik mag de inhoud van de boeken natuurlijk zelf verzinnen, maar wat de taal betreft, moet ik me aan strenge regels houden, die te maken hebben met de lengte van de zinnen, het aantal lettergrepen per woord en het gebruik van leestekens. De boeken die ik voor Zwijsen schrijf zijn daardoor heel anders dan de boeken die bij Lemniscaat verschijnen. Bij Lemniscaat ben ik helemaal vrij, zowel in onderwerpkeuze als in m'n taalgebruik.'
Terwijl Lieneke haar eerste opdracht voor Zwijsen schreef, was ze ook bezig aan een kinderboek dat later Hou je taai! zou gaan heten. ‘Ik heb het manuscript naar twee uitgeverijen gestuurd en tot mijn verbazing wilden ze het allebei uitgeven. Ik heb voor Lemniscaat gekozen, omdat de manier waarop deze uitgeverij promotie maakt voor haar boeken me wel beviel.'
Wat gaat er vooraf aan het moment dat uw boek in de winkel verschijnt?
‘Eerst krijg ik natuurlijk een idee voor een verhaal. Vaak is een kleine gebeurtenis al voldoende aanleiding voor een heel boek. De rest verzin ik er zelf omheen. Meestal ben ik dan toch wel een half jaar bezig met schrijven. Het liefst schrijf ik 's avonds of 's nachts als het helemaal stil is, dan kan ik me het best concentreren. Ik heb een eigen kamer waar het altijd een grote puinhoop is, maar waar ik me heerlijk voel. Het schrijven gaat meestal vrij vlot. Het meeste werk is het bijschaven naderhand. Dat gaat soms heel ver; over een woord of een zin kan ik een hele poos lopen piekeren. Als het verhaal af is, laat ik het door mijn dochter Inger en mijn man lezen. Als zij iets niet goed vinden, zeggen ze het eerlijk. Vervolgens stuur ik het op naar Lemniscaat. Met de redacteur of de uitgever praat ik over het boek en samen komen we tot kleine aanpassingen, veranderingen. Als het verhaal helemaal goed is, wordt het gedrukt en komt het in de boekwinkel.'
Houdt u zelf erg van lezen?
‘Ja, als kleuter had ik maar één wens: zo snel mogelijk leren lezen zodat ik me nooit meer zou hoeven vervelen. Bij ons thuis hield iedereen van lezen, maar ik was toch wel de grootste leesfanaat. Ik ging vaak naar de bibliotheek en had mijn boeken meestal eerder uit dan mijn grote zus, die me naar de bibliotheek moest begeleiden. Dat was vervelend, want ik moest altijd wachten tot zij haar boeken ook uit had.
Toen ik wat ouder was, mocht ik gelukkig alleen naar de bibliotheek. Tegenwoordig lees ik nog steeds veel, vooral jeugdboeken. De boeken van Annie M.G. Schmidt, Astrid Lindgren, Roald Dahl en Guus Kuijer behoren tot mijn favorieten. Vooral die eerste bewonder ik zeer. In haar boeken zit alles wat je als kind (en volwassene) verlangt: spanning, humor, mooie taal, en de verhalen gáán ergens over.
Vroeger was Mariska de circusprinses mijn lievelingsboek. Het ging over een meisje dat ontvoerd werd. Ik vond het heel zielig!' Naast boeken speelt muziek een belangrijke rol in Lienekes leven. Haar moeder bracht haar in aanraking met klassieke muziek; thuis stond er altijd wel een plaat op of was de radio afgestemd op de klassieke zender. Lienekes moeder nam haar kinderen regelmatig mee naar concerten en op die avonden werden de bedtijden zonder aarzeling verschoven.
Die liefde voor muziek is ook terug te vinden in Lienekes boeken. In De tweede viool speelt een viool een grote rol en is de kat van één van de hoofdpersonen vernoemd naar de beroemde componist Paganini.
Wilt u de lezer een boodschap bijbrengen met uw boeken?
‘Ik ben erg bang dat een moraal in een verhaal er te dik bovenop ligt. Dat probeer ik altijd te voorkomen. Maar natuurlijk wil ik met mijn boeken wel wat zeggen. Ik wil de lezer graag laten zien hoe belangrijk vriendschap is; mensen moeten voor elkaar openstaan zonder dat ze zich laten beïnvloeden door andermans uiterlijk of bezit. Die "boodschap" verstop ik het liefst in een spannend verhaal - humor speelt daarbij vaak een belangrijke rol.' Maar een recept voor een goed boek bestaat niet.
Kinderen die ook graag schrijver willen worden, geeft Lieneke Dijlzeul vaak de volgende tip: ‘Je komt een heel eind met doorzettingsvermogen, geduld en héél veel lezen om te zien hoe anderen het doen.'