Simone van der Vlugt
de pers
Simone van der Vlugt
‘De opbouw van het boek is evenwichtig, de stijl vlot, de leesbaarheid lekker. Een heerlijk boek. De jeugd zal wegdromen bij de avonturen, verschrikkingen, maar ook leuke momenten in het leven van Nina. Een tip dus, dit debuut.'
Ron Labordus over De amulet in Telstar
‘Bloedgeld is een avontuurlijk en spannend boek dat bovendien een goed beeld geeft van het leven in de zeventiende eeuw en van de enorme tegenstellingen tussen arm en rijk. De personen komen goed uit de verf. Het verhaal is boeiend verteld en geschreven in een krachtige stijl.'
Ruud Kraaijeveld in Jeugdliteratuur in de Basisvorming
‘De guillotine is werkelijk een prachtig boek. Een boeiend verhaal dat speelt in een interessante tijd leidt je op de leukste manier door een geschiedenisverhaal en een verhaal over liefde en vriendschap.'
De Drentse & Groningse Dagbladen
‘De expressieve beschrijvingen van dit onderaardse bestaan, dat nauwelijks een bestaan mag heten, vormen de hoogtepunten van het boek.'
Peter de Boer over Zwarte sneeuw in Trouw
Simone van der Vlugt
interview
Simone van der Vlugt werd in 1966 geboren. Als kind was ze al dol op schrijven.
‘Mijn ouders konden me geen groter plezier doen dan me een pak papier te geven dat ik helemaal vol mocht schrijven. Toen ik wat ouder was kreeg ik van hen een typemachine. Ik vond het geweldig om verhalen te schrijven, boekjes te maken. Het omslag tekende ik zelf en plakte ik met plakband aan de tekst vast.'
Op school vond ze het ook altijd leuk om opstellen te schrijven. Die werden soms voorgelezen in de lagere klassen - dat was voor haar een enorme stimulans om ermee door te gaan. Op een dag las Simone een boek dat geschreven was door een meisje van twaalf. ‘Het was alsof de bliksem insloeg,' vertelt ze. ‘Ik was zelf dertien en het werd me opeens duidelijk dat ook kínderen verhalen konden schrijven die gepubliceerd werden. Ik heb toen voor het eerst een verhaal naar een uitgever gestuurd. Die gaf me raad over hoe ik mijn schrijfstijl kon verbeteren en stimuleerde me om door te gaan.
Vanaf dat moment stuurde ik ieder jaar iets op en steeds kreeg ik mijn werk terug met bemoedigende brieven, kritische brieven en één keer met een heel dom advies, namelijk om eerst mijn school maar eens af te maken voordat ik me met schrijven bezig zou houden. Dat advies heb ik gelukkig niet opgevolgd - ik ben steeds blijven schrijven waardoor ik veel tijd heb gehad om te oefenen.'
Hoe kwam u ertoe om uw eerste boek te schrijven?
‘Na het behalen van mijn havo-diploma ging ik naar de lerarenopleiding waar ik Frans en Nederlands studeerde. Hoewel ik altijd bezig was geweest met schrijven, heb ik nooit het idee gehad dat dat ook mijn beroep zou worden - het leek me zo onhaalbaar. Een boek schrijven dat gepubliceerd zou worden, vond ik al een hele opgave, laat staan een goed verkopend boek. Dus toen het tijd werd om over een studie na te denken, werd het de lerarenopleiding.
Tijdens die opleiding kreeg ik les in creatief schrijven. Die lessen vond ik het leukst van allemaal en ik besefte dat ik toch wel heel graag schrijfster wilde worden. Toen ik mijn studie had afgerond heb ik eerst een tijdje bij een bank gewerkt als secretaresse. 's Avonds stortte ik me echter op het schrijven - ik was bezig met een jeugdroman.
Dat was een drukke periode. Schrijven kost veel tijd en het viel niet altijd mee om die te vinden naast mijn baan.In 1993 werd bovendien mijn dochter Esmée geboren en ook moeder-zijn kost tijd. Maar uiteindelijk kwam het verhaal af. Ik ben ermee naar een uitgever gestapt en die wilde het publiceren. Dat boek was De amulet.'
Voor uitgeverij Lemniscaat heeft Simone inmiddels zes historische jeugdromans geschreven. Haar belangstelling voor de geschiedenis heeft ze van haar vader.
‘Die leest puur voor zijn plezier lijvige boeken over allerlei periodes uit de geschiedenis. Hij was degene die me als kind op historische jeugdboeken wees - zo ben ik bijvoorbeeld de boeken van Thea Beckman gaan lezen. Nu ik zelf historische boeken schrijf, kan ik met hem heerlijk over bepaalde periodes uit de geschiedenis bomen. Hij weet altijd wel een paar titels die met het onderwerp van mijn verhaal te maken hebben en die ik zeker moet lezen.'
Hoe gaat het schrijven verder in zijn werk?
‘Ergens in mijn achterhoofd ontstaat een idee voor een boek, bijvoorbeeld door iets wat ik lees of zie op de televisie. Als het idee wat vastere vormen heeft aangenomen, ga ik op zoek naar informatie. Tot nu toe heb ik voor Lemniscaat altijd historische boeken geschreven en daarvoor is het belangrijk dat je veel weet van de periode die je wilt gaan beschrijven - een verhaal moet namelijk wel kloppen. Als ik schrijf dat iemand met een verrekijker de zee aftuurt, moet ik zeker weten dat ze die in die tijd al hadden.
Tijdens het inlezen lees ik eigenlijk alles wat maar enigszins met mijn onderwerp te maken heeft, zowel informatieve boeken als romans. Die laatste lees ik niet zozeer vanwege hun informatieve gehalte, maar meer om in de sfeer te komen. Ik lees ook historische jeugdboeken van anderen om te zien wat er al over het onderwerp geschreven is - dan weet ik hoe ik het weer anders kan doen. Door alles wat ik lees, ontstaan er vanzelf nieuwe ideeën die ik voor mijn boek kan gebruiken.
Voor ik met het schrijven van een nieuw verhaal begin, zoek ik altijd eerst de plaats van handeling op. In ons huis is wat de vakanties betreft weinig ruimte voor democratisch overleg; we gaan op vakantie naar de landen waar mijn boeken zich afspelen. Gelukkig vinden mijn man en kinderen dat ook leuk - op die manier kom je niet alleen op toeristische plekken, maar zie je ook andere delen van een land waar je anders misschien makkelijk aan voorbij zou gaan.
Eenmaal op de plaats van bestemming maak ik foto's en film ik alles wat ik wil onthouden voor mijn verhaal: de omgeving, de straat waar de hoofdpersoon woont... In musea koop ik oude kaarten of posters van schilderijen uit de tijd waarin mijn verhaal speelt. Terug thuis hang ik die boven mijn werktafel, zodat ik tijdens het schrijven het gevoel heb dat ik me helemaal in een bepaalde historische periode bevind.
Met mijn moeder bespreek ik altijd de verhaallijn. Zij levert een grote bijdrage aan het tot stand komen van het boek. Vóór het naar de uitgeverij gaat, hebben wij samen al diverse versies besproken. Ook mijn man heeft het dan al gelezen om het te controleren op fouten.' Maar een boek is natuurlijk meer dan een weergave van historische feiten en gebeurtenissen. Ook een historische roman gaat over mensen van vlees en bloed die hun eigen gedachten en emoties hebben. Simone doet altijd erg haar best om zich in haar hoofdpersonen in te leven.
‘Ik zet wel eens droevige muziek op als ik een zielig stuk moet schrijven en ik ben ook wel eens midden in de nacht achter de computer gaan zitten om zo goed mogelijk te kunnen beschrijven wat een van mijn personages meemaakte die opgesloten zat in een donkere ruimte.'
Sinds haar eerste boek, De amulet, houdt Simone van der Vlugt zich fulltime met schrijven bezig. Schrijfster zijn betekent voor haar echter meer dan achter de computer zitten en verhalen schrijven. Ze bezoekt veel scholen, waar ze lezingen geeft en over haar boeken praat.
‘Ik wil mensen graag iets vertellen over het onderzoek dat aan het schrijven voorafgaat. Ik maak daardoor vaak leuke dingen mee en ontdek interessante wetenswaardigheden. Zo ben ik voor mijn boek Bloedgeld, dat over piraterij in de zeventiende eeuw gaat, op een nagebouwd VOC-schip geweest. Dat schip ligt bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en is een paar maanden per jaar bemand met acteurs die het zeemansleven uit vroegere tijden naspelen. De mensen dragen kleding uit de zeventiende eeuw, er wordt gekookt in de kombuis en je ziet de chirurgijn aan het werk in een bebloed schort. Op dat schip kreeg ik een heel goed beeld van hoe het er vroeger op zee aan toe moet zijn gegaan.
Maar ook in boeken kan ik op bijzondere passages of informatie stuiten. Toen ik bezig was met De guillotine, dat speelt tijdens de Franse Revolutie, las ik een boek waarin brieven en dagboekfragmenten waren opgenomen van edelen die in die tijd in de gevangenis zaten te wachten tot zij aan de beurt waren voor de guillotine. Dat was heel aangrijpend om te lezen: het leek alsof ik post kreeg uit een periode die al lang voorbij is, van mensen die op een verschrikkelijke manier aan hun einde zijn gekomen.
Maar die brieven gaven me ook inzicht in de gang van zaken in de Franse gevangenissen in de achttiende eeuw; ik las wat de mensen te eten kregen, hoe de cipiers heetten, welke ontsnappingspogingen er gedaan werden... Door die feiten in mijn verhaal te verweven, kon ik van De guillotine een levensecht boek maken. Het was voor mij alsof ik de mensen uit die tijd weer een beetje tot leven kon brengen door over hen te schrijven.'