Lemniscaat

Filosofie

Beeld- en geluidsfragmenten bij Ger Groot, De geest uit de fles

Hoezeer deze nieuwe kijkende blik in het verlengde ligt van de blik die van oudsher aan God werd toegeschreven, wordt op spraakmakende wijze duidelijk wanneer het satirische programma Zo is het toevallig ook nog’s een keer in 1963 het begrip ‘beeldreligie’ introduceert. Dat komt hard aan in het dan nog grotendeels gelovige Nederland.

Boudewijn de Groot, De tuin der lusten. God schiep de wereld als een ambachtsman op deze middeleeuwse miniatuur. Hij hield haar letterlijk in zijn hand, zoals Boudewijn de Groot zingt in zijn ‘Genesis’-lied Eva, uit de cyclus De tuin der lusten. Maar sindsdien is het drastisch misgegaan – en nu heeft God zijn schepping

Het oude kerstlied Ons is gheboren een kindekijn brengt prachtig tot uitdrukking dat elke geboorte de ontvangst van een kind betekent. Niet omdat het in dit geval over het goddelijke Jezuskind gaat, maar omdat het geboren worden ons overkomt en aan ons toevalt. Het ‘ons’ staat in de dativus: wij zijn degenen aan wie iets gegeven wordt.

Hans-Georg Gadamer: ‘Ein Gespräch setzt voraus, dass der andere Recht haben könnte.’


In 1963 legde Heidegger in een tv-gesprek met de Thaise boeddhist Bhikku Maha Mani uit waarom een nieuwe manier van denken in de filosofie en een nieuwe plaatsbepaling van de mens in de wereld noodzakelijk waren.

Huub van der Lubbe zingt November van J.C. Bloem.

Heidegger en het totalitarisme. Alle totalitarismen van de twintigste eeuw, en veel utopische bewegingen uit de eeuwen daarvoor, gaan mank aan overschatting van de menselijke vermogens. Zij trachten een ideale wereld af te dwingen van de werkelijkheid, op grond van wat zij als hun eigen diepste inzichten in de wereld beschouwen. Dat die inzichten altijd beperkt en deels onjuist zijn, blijkt pas later en dan kan het totalitarisme niet meer terug. Wat fout gaat, moet wel zijn oorsprong vinden in een kwaadwilligheid die met wortel en tak moet worden uitgeroeid. Daarom heeft elk utopisme bij voorbaat een zondebok nodig, een ‘vuilnisvat van de geschiedenis’, zoals Lenin het uitdrukte. Het SovjetRussische communisme had de ‘koelakken’ en contrarevolutionaire elementen die naar de Goelag werden gestuurd, het nationaal-socialisme de joden die afgevoerd werden naar de concentratiekampen. Heideggers ‘filosofie van de gelatenheid’ is een wijsgerige uitdrukking van dit inzicht – dat hem er echter niet voor heeft behoed zelf medeplichtig te worden aan de bedrieglijke beloften van het nationaal-socialisme.

Heidegger en het milieudenken. Heidegger heeft zijn belangrijkste inzichten allang verwoord wanneer in de jaren zeventig van de twintigste eeuw het milieudenken voet aan de grond begint te krijgen. Zeer concreet wordt Heidegger zelden, maar in zijn woorden schemert door dat hij zich zorgen maakt over het lot van de aarde en haar natuur. Zijn conservatisme sluit hier op verrassende wijze aan bij het thema van het milieubehoud dat in het ecologische denken zo’n grote rol speelt. Ook in dat denken is al snel het inzicht doorgedrongen dat de mensheid moet leren ‘luisteren’ naar de aarde, in plaats van zich meester over de aarde te wanen op basis van de hersenschim dat we met haar zouden kunnen doen wat we willen. Beseffen we niet in welke mate we van de aarde afhankelijk zijn, dan ontsporen we onherroepelijk. De toonzetting en diepte van die vaststelling is anders, activistischer dan hoe Heidegger het heeft geformuleerd, maar de oproep die ervan uitgaat wijst in eenzelfde richting.