
| isbn: | 9789047702573 |
|---|
| prijs: | € 19,95 |
|---|
| uitvoering: | paperback, 320 pag. |
|---|
De utopie van de vrije markt
Hans Achterhuis ontmaskert de ideologie van het neoliberalisme tegen de achtergrond van de kredietcrisis. Het neoliberalisme blijkt net zo utopisch als het communisme. Het neoliberale manifest Atlas Shrugged, is na de Bijbel in de VS het best verkopende boek.
Op het hoogtepunt van de kredietcrisis gaf voormalig topbankier Alan Greenspan publiekelijk toe dat er kennelijk ‘een fout' zat in zijn diepe overtuiging dat vrije markten geen behoefte zouden hebben aan regulering. De man die achttien jaar lang op monetair gebied de belangrijkste figuur ter wereld was geweest, toonde zich ‘zeer bedroefd' over de ontdekking dat het neo - liberalisme tekort schoot.
Deze spijtbetuiging van Greenspan vormt de achtergrond van een scherp getoonzet essay van Hans Achterhuis. Voor Greenspan was de vrije markt niet alleen een ideologische overtuiging, maar ook een regelrechte utopie. Zij hield een belofte in die hij ontleende aan zijn belangrijkste leermeesteres in maatschappelijk-filosofische kwesties: de schrijfster Ayn Rand. Haar utopische romans waren onder het Amerikaanse publiek - volgens een enquête van de Times - na de Bijbel de invloedrijkste boeken van de twintigste eeuw.
Achterhuis onderzoekt de vrije-marktutopie van Ayn Rand in lijn met zijn eerdere publicaties over utopieën. Hij situeert deze utopie in het bredere historische verband van de opkomst van de markteconomie. De markt, die in traditionele economieën werd begrensd en ingebed in religieuze en maatschappelijke structuren, kreeg een zelfstandige en belangrijke rol in de opkomende moderne kapitalistische economie. Dit culmineerde in het neoliberalisme van Rand en Friedman dat, zoals dat gaat met alle utopieën, is uitgedraaid op een debacle.
*****
‘Overtuigend... In De utopie van de vrije markt geeft Achterhuis opnieuw blijk van een ongekende gretigheid.'
-- Pieter Klok in de Volkskrant
‘Het beste non-fictieboek van 2010'
-- Carel Peeters in Vrij Nederland
‘Van een angstaanjagend niveau'
-- Wim Brands in VPRO Boeken.
‘Heel verhelderend'
-- Jurgen Maas, IKON
andere boeken van Hans Achterhuis:

Met alle geweld
Met alle geweld
Zonder vrienden geen filosofie
De utopie van de vrije markt
recensie
Recensie in de Volkskrant *****
Het geloof der kameraden in de liberale revolutie
Recensie door Pieter Klok
Gepubliceerd op 10-04-2010
Het neoliberalisme presenteert zichzelf graag als een vanzelfsprekendheid. Het is het systeem dat ontstaat als de regering de zaken op zijn beloop laat, de natuurlijke situatie. De gemiddelde neoliberaal ziet zichzelf als een realist. De dromers, dat zijn de anderen. Hij koestert geen illusies, hij weet dat de mens zich in diepste wezen slechts laat voortdrijven door eigenbelang.
De Twentse filosoof Achterhuis maakt in zijn jongste boek De utopie van de vrije markt overtuigend duidelijk dat dit een misvatting is. Het neoliberalisme is, net als het communisme, een utopie: een leer gebaseerd op een schematisch en sterk geïdealiseerd wereldbeeld.
Achterhuis, die vanaf de jaren zeventig met enige regelmaat gevestigde opinies onderuit haalt, is het sinds zijn emeritaat in 2007 niet bepaald rustiger aan gaan doen. Nog geen twee jaar na Met alle geweld, zijn vuistdikke werk vol kritiek op denkfouten van linkse intellectuelen, is alweer een nieuw boek af.
In De utopie van de vrije markt geeft hij opnieuw blijk van een ongekende gretigheid. Hij zuigt alles op uit kranten en boeken en maakt geen onderscheid tussen de grote filosoof Michel Foucault of Volkskrant-journalist Peter de Waard. Beiden zetten hem aan het denken en beiden krijgen dus een plek in zijn betoog. Achterhuis toont zich wederom niet te beroerd om zijn eerdere denkbeelden kritisch tegen het licht te houden.
Dit keer neemt hij het zichzelf kwalijk dat het zo lang duurde voordat hij zag dat het neoliberalisme een utopie was. ‘Wat ik theoretisch heel goed wist, maar in de praktijk niet goed doorhad, was dat elke ideologie zichzelf als een onontkoombare en natuurlijke visie op de werkelijkheid presenteert. Daardoor blijft ze goeddeels onzichtbaar. Zij is de bril die bijna iedereen draagt.'
Het neoliberalisme is, net als het communisme, een creatie, voortgekomen uit een fanatieke groep gelovigen die er - net als Lenin en zijn getrouwen - in slaagden hun visie over een groot deel van de wereld te verspreiden. Ze verhieven een van de vele instrumenten voor maatschappelijk ordening, de markt, tot een heilig principe.
De grote ideoloog van het neoliberalisme is volgens Achterhuis een vrouw: Ayn Rand (1905-1982). Ze wordt in 1905 in Sint-Petersburg geboren als Alissa Rosenbaum. De Oktoberrevolutie, twaalf jaar later, brengt het gezin Rosenbaum aan de bedelstaf. De gezinsleden zwerven jarenlang berooid door Rusland en Alissa leert het communisme én het collectivisme te haten. In 1926 krijgt ze de kans naar de Verenigde Staten te reizen en ze komt nooit meer terug.
In de Verenigde Staten ontwerpt ze een geheel eigen filosofie : het Objectivisme en ze schreef een boek, Atlas Shrugged, waarin ze haar favoriete samenleving schetst. In Europa heeft het boek nooit een groot lezerspubliek bereikt, maar in de Verenigde Staten wordt het door velen beschouwd als het belangrijkste boek na de Bijbel.
In Rands utopie staat het individu voorop. Het collectief, het idee dat je elkaar helpt, is uitgeroeid. Liefdadigheid bestaat niet. De Robin Hood in het verhaal, Ragnar Danneskjöld, berooft regeringsschepen van hun schatten om het geld terug te geven aan de uitgebuite superkapitalisten. En arbeiderszelfbestuur wordt beschouwd als niet minder dan een misdaad tegen de mensheid. ‘Onthoud dit - onthoud dit goed - het komt niet vaak voor dat je oog in oog staat met onversneden slechtheid.'
Ook op seksueel gebied mag iedereen in Atlantis vrolijk zijn eigen belang nastreven. De hoofdpersoon heeft vurige affaires met drie mannelijk hoofdpersonen. Tijdens het bedrijven van de liefde mogen ook geen gemeenschappelijke, collectieve belangen worden nagestreefd. Seks is er voor het persoonlijk genot en zeker niet omdat je uitdrukking wilt geven aan de liefde voor een ander. ‘Haar seksscènes komen vaak over als halve verkrachtingen', schrijft Achterhuis.
Rand brengt haar seksuele ideaal ook in de praktijk. Zij heeft 18 jaar lang een affaire met Nathaniel Branden, een psycholoog die volgens de leer van het Objectivisme als Übermensch moet worden beschouwd. Als hij besluit om Rand in te ruilen voor een veel jonger exemplaar, stelt de grote filosofe zich minder rationeel op dan op grond van Atlas Shrugged mocht worden verwacht. Branden wordt uit de groep verstoten en aan een lastercampagne blootgesteld.
Als Rand de Karl Marx van het neoliberalisme was, dan was Alan Greenspan de Lenin. De latere president van de Fed, de Amerikaanse centrale bank, kwam al op 26-jarige leeftijd in contact met de hechte kring rond Ayn Rand en werd vrijwel direct Objectivist. Ook hij geloofde heftig in een ‘kapitalisme met zo min mogelijk staatsbemoeienis als ideale vorm van maatschappelijke organisatie'.
Bij de jonge Alan kwamen revolutionaire gevoelens boven. ‘Ik nam deel aan de nachtenlange discussies en schreef gedreven commentaren voor haar nieuwsbrief met de vurigheid van een jonge volgeling die zich aangetrokken voelt tot zo'n heel pakket nieuwe ideeën', schrijft Greenspan daar zelf over.
Zijn liefde voor Rand ging ver. Nieuwe vriendinnen werden altijd direct aan haar voorgesteld en toen de eerdergenoemde Branden werd geëxcommuniceerd, ondertekende Greenspan in de beste Sovjettraditie een brief waarin hij stelde dat hij geen enkel contact met Branden meer zou onderhouden.
Voor Rand is Greenspan de brug naar de regering in Washington. Hij wordt een belangrijke economische adviseur van de Republikeinse presidenten Gerald Ford, Richard Nixon en Ronald Reagan. In 1987 volgt de definitieve bekroning als Reagan hem benoemt tot president van de Fed. In die hoedanigheid kan hij de hele wereld naar zijn hand zetten. En dat doet hij. Hij houdt de rente 19 jaar op een veel te laag niveau, waardoor de vrije markt meer dan ooit kan floreren. Greenspan doet geen enkele poging de marktkrachten te beteugelen.
Begin jaren zeventig al had het eerste land zich tot het nieuwe geloof bekeertd: Chili. De gevolgen zijn aanvankelijk desastreus: de economie krimpt 15 procent en de werkloosheid loopt op tot 20 procent.
Geconfronteerd met deze ellende, vertoont Milton Friedman, een andere belangrijke neoliberaal, een reflex die ook vaak bij communisten werd waargenomen. Als de economische prestaties tegenvielen, was het niet omdat het communisme niet deugde. Nee, de ware reden was natuurlijk dat men nog niet communistisch genoeg was. Volgens Friedman is de enige oplossing dat Chili nog neoliberaler wordt. ‘Het enige medicijn. Absoluut. Er bestaat geen ander.'
De voormalige Sovjetunie wordt ook in een klap overgeleverd aan de nieuwe utopisten. Rusland moet overnight liberaal worden. Overheidseigendommen vallen in handen van een nieuwe klasse van superkapitalisten. Fabrieken worden van de ene op de andere dag gesloten, waardoor veel vrouwen geen andere mogelijkheid zagen dan zich te prostitueren. Pensioenen werden in één klap weggevaagd en de levensverwachting neemt snel af.
De pijn is zo groot, dat zelfs Alan Greenspan even twijfelt aan zijn geloof - moeten er toch geen sociale voorzieningen worden gecreëerd? - maar hij herstelt zich al snel. ‘Willen wij slagen dan moeten we volledig met het verleden breken.'
Veel neoliberalen vertonen dezelfde volhardendheid en emotieloosheid als Ceausescu toen die Roemeense dorpjes platwalste en iedereen in grote flats onderbracht. Of als Mao toen die met zijn Culturele Revolutie de definitieve schoonmaak wilde houden. ‘Alleen wanneer de ondergang en de vernietiging van de oude wereld volledig zijn, is het voor hen mogelijk om de nieuwe utopische economie van het vrijemarktkapitalisme op te bouwen', schrijft Achterhuis.
In de Westerse wereld verloopt de neoliberale revolutie geleidelijker. Vanaf begin jaren negentig begint de overheid zich terug te trekken, staatsbedrijven werden geprivatiseerd en onderworpen aan de tucht van de markt.
Nederland bekeert zich na Groot-Brittannië van alle Europese landen het meest gretigst tot het Nieuwe Denken. De natuurlijk vijand van het liberalisme, de sociaal-democratie schakelt zichzelf uit. In beide landen bekeren de sociaal-democraten zich expliciet tot de Derde Weg. Ze geven daarmee aan niet meer in een sterke staat, of in het collectief, te geloven en veel meer heil van de markt te verwachten.
PvdA-kopstuk Wim Kok heeft niet eens door dat hij wordt bekeerd. Hij verdedigt naar eigen zeggen slechts een ‘pragmatisch' en ‘realistisch' beleid. Later, als hij als ING-commissaris instemt met een immense salarisverhoging voor de top, ziet hij ook al niet dat hij een draai heeft gemaakt. Achterhuis heeft daar wel een verklaring voor. ‘Dat Kok
(. . .) zichzelf verrijkte tot driemaal de Balkenendenorm, laat vooral zien hoe ver de ideologische stroom ook een uitgesproken pragmaticus kan meesleuren.'
Het wereldbeeld van de neoliberalen is net zo schematisch als het wereldbeeld dat van de communisten. Beiden houden er een beperkte en enigszins armoedige kijk op de mensheid op na. De communisten vergeten dat de gemiddelde mens last heeft van hebzuchtige en egoïstische driften, waardoor die zich nooit volledig kan opofferen aan een collectief ideaal. De neoliberalen vergeten dat de mens eveneens last heeft van belangeloze liefde, loyaliteit en mededogen, waardoor die zich nooit alleen door eigen belang laat sturen. Beide groepen revolutionairen veronderstellen een rationaliteit die de gemiddelde mens vreemd is. Ze zien niet dat er ook irrationele angsten en verlangens zijn. John Maynard Keynes, de grote Britse econoom, zag dat bijvoorbeeld wel. Hij noemde ze animal spirits en juist omdat iedereen daar last van had, hebben we volgens hem een sterke overheid nodig die ons - indien nodig - op het rechte pad kan houden.
Achterhuis trekt uiteindelijk de conclusie dat het neoliberalisme de wereld geen goed heeft gedaan. De bovenklasse en de middenklasse hebben weliswaar geprofiteerd - die klassen zagen hun welvaart en salarissen alleen maar toenemen - maar de onderklasse betaalt de prijs.
Hij heeft zich vooral laten overtuigen door Marcel van Dam, die met zijn documentaire de Onrendabelen probeerde aan te tonen, dat grote groepen Nederlanders verstoten zijn en door de Britse economisch historicus Robert Skidelsky. Die laatste vergeleek de mondiale economische groei in de periode 1951-1980, toen het Keynesianisme - dat gelooft in een sterke overheid - de dominante economische stroming was, met de periode 1989 -2009, toen het neoliberalisme de wereld veroverde. In de eerste periode bedroeg de groei 4,8 procent. Na de glorieuze opkomst van de neoliberalen liep het terug naar 3,2 procent. Achterhuis: ‘Voor mij heeft dit definitief een einde gemaakt aan het utopisch geloof dat ik kennelijk nog steeds had in de economische prestaties van het neoliberalisme.'
Een grote mondiale opstand tegen het systeem is tot nu toe uitgebleven. Maar misschien komt dat doordat de ideologie door de huidige crisis voor het eerst serieus wordt getest. Stort het neoliberaal systeem binnen enkele jaren alsnog met donderend geraas in een? Of zal de economie zich juist wonderwel herstellen dankzij de natuurlijke veerkracht die een neoliberale economie volgens zijn voorstanders heeft. De balans kan vooralsnog niet definitief worden opgemaakt.
Dat is voor Achterhuis geen reden om voor een revolutie te pleiten of om het aloude Keynesianisme zomaar in ere te herstellen. Hij hoopt wel dat de wereld langzaam bijdraait en en dat het ‘ideologisch vacuüm ter linkerzijde van het politieke spectrum' wordt gevuld. Hij doet aan het eind van het boek alvast een poging hiertoe. De sleutel tot de oplossing ligt niet in de markt of bij de overheid - dan bestaat immers het risico dat voor een nieuwe utopie wordt gekozen -, maar geheel en al bij de burger. ‘Wij burgers kunnen meer teweeg brengen dan we zelf denken.'