
| isbn: | 9789047702559 |
|---|---|
| prijs: | € 27,95 |
| uitvoering: | paperback, 684 pag. |
auteur: Philip Zimbardo
Het Lucifer Effect
Hoe gewone mensen zich laten verleiden tot het kwaad
Sadisten en lafaards, ze zitten in ons allemaal.
Het Lucifer Effect gaat over het beruchte gevangenisexperiment van Philip Zimbardo, waaruit blijkt dat mensen als u en ik onder bepaalde omstandigheden tot gruwelijke dingen in staat zijn.
In een nagebootste gevangenis kregen ‘normale' studenten willekeurig de rol van bewaker of van gevangene toebedeeld. Hoewel het de bedoeling was het experiment twee weken lang te laten duren, moest het na zes dagen worden afgebroken omdat de studenten geen onderscheid meer konden maken tussen spel en werkelijkheid. Twee gevangen waren na een zenuwinzinking afgevoerd, een gevangene was in hongerstaking, een lag non-stop te schreeuwen in de isoleercel, de overigen gaven afgestompt en apathisch gehoor aan de bevelen van de bewakers te marcheren, zich op te drukken en seksuele spelletjes te doen.
Zimbardo voelde zich schuldig dat hij niet eerder had ingegrepen en kon decennia lang geen boek over dit onderwerp schrijven. Pas toen hij in 2006 getuigendeskundige was bij het Abu Ghraib-proces voor een Amerikaanse soldaat die beschuldigd werd van martelpraktijken realiseerde hij het belang van zijn onderzoek. Zimbardo wist maar al te goed dat dit geen individuele uitwassen waren maar gewone mensen die zich door de groepsdynamiek lieten verleiden.
Het Lucifer Effect biedt een huiveringwekkend ooggetuigenverslag van de manier waarop mensen slecht gedrag kunnen rechtvaardigen en doorzetten, terwijl ze weten dat ze daarmee anderen leed berokkenen. In dit boek doet Zimbardo van dag tot dag verslag van de gebeurtenissen, waarbij hij de analogie met de gebeurtenissen in Abu Garib laat zien. Ook haalt hij andere wetenschappelijke experimenten aan, waaronder het onderzoek naar de gehoorzaamheid om iemand te elektrocuteren van zijn voormalige klasgenoot Stanley Milgram. Voor beeldmateriaal gaat u naar de site: www.prisonexp.org/
‘Hoe kwetsbaar zijn wij, net als Gods favoriete engel Lucifer, voor de verleiding om anderen het ondenkbare aan te doen?'
-- Philip Zimbardo
Voor de Volkskrant en De Standaard is het duidelijk: Het Lucifer Effect staat in hun top 3 van boeken die in 2010 zijn verschenen.
'Het Lucifer Effect laat zich lezen als een soort wetenschappelijk onderbouwde versie van Dante's hel. Via de krochten van het conformisme, de gezagsgetrouwheid, de passiviteit, de zelfrechtvaardiging en de rationalisatie dalen we af naar de deindividualisatie, de morele ontkoppeling en de ontmenselijking', aldus Olaf Tempelman in de Volkskrant van 24-12-2010.
Volgens John Vervoort recensent en thrillerspecialist 'schuilt in elk van ons een sadistisch zwijn. (...) Dat veel mensen van goede wil dit verkillende, maar erg verhelderende boek over de menselijke natuur onder de kerstboom mogen vinden.' De Standaard 23-12-2010.
'Het boek is zeer interessant, de thematiek intrigerend, temeer ook omdat ‘zinloos geweld’ actueel is. En het is natuurlijk ongelofelijk belangrijk, dat de opeenvolgende misstanden duidelijk aan de kaak worden gesteld. Dat is Zimbardo wonderwel gelukt en daarom alleen al is het een boek, dat het verdient in brede kring (vakmensen en leken) gelezen te worden.'
-- Ruud Daniëls, verslag van een leesclub in Breda, 17 januari 2012
Het Lucifer Effect
Filmpje
De Amerikaanse ‘Mr. Psychology' Philip Zimbardo heeft na vele jaren zijn stilzwijgen doorbroken over zijn afgebroken Stanford Prison Experiment. Op 30 september tijdens een symposium bij Hogeschool Utrecht gaf hij een emotioneel interview via een Skype-verbinding.
Het Lucifer Effect
Fragment
Fragment uit Het Lucifer Effect door Philip Zimbardo.
Kon ik maar zeggen dat ik met plezier aan dit boek heb gewerkt; dat is in de twee jaar die het mij kostte om het af te ronden echter geen moment het geval geweest.
Ten eerste vond ik het pijnlijk om alle video-opnames van het Stanford Prison Experiment opnieuw te bekijken en de verslagen daarvan keer op keer te herlezen. Na dertig jaar stond het me niet meer helder voor de geest hoe vindingrijk veel bewakers hun boosaardigheid in praktijk brachten, hoeveel leed de gevangenen hierdoor werd berokkend en hoe mijn gelatenheid ervoor zorgde dat hun mishandeling zo lang kon voortduren - het kwaad van de passiviteit.
Ik was ook vergeten dat ik dertig jaar geleden, in opdracht van een andere uitgever, al aan het eerste deel van dit boek was begonnen. Destijds was ik echter al snel met schrijven opgehouden; ik bleek er niet aan toe een ervaring te herbeleven die zo vers in het geheugen lag. Achteraf ben ik blij dat ik mijzelf toen niet heb gedwongen door te zetten en het boek af te ronden, want het verschijnt nu op het juiste moment. Niet alleen ben ik tegenwoordig een stuk wijzer en beter in staat om dergelijke complexe materie in een volwassen perspectief te plaatsen, maar ook wijzen de overeenkomsten tussen het misbruik in de gevangenis van Abu Ghraib en de gebeurtenissen in het Stanford Prison Experiment erop dat onze ervaringen met de gevangenis van Stanford een bredere geldigheid hebben die de psychologische mechanismen achter de gruwelpraktijken in die echte gevangenis verheldert.
Een tweede emotionele uitputtingsslag die mij belemmerde bij het schrijven van dit boek, was mijn persoonlijke en intense betrokkenheid bij het onderzoek naar de mishandelingen en martelingen in de Abu Ghraibgevangenis. Vanaf het moment dat ik door een van de bewakers van de militaire gevangenis als getuige-deskundige werd aangezocht, veranderde mijn werk van sociaal psycholoog in dat van een onderzoeksjournalist. Alles wat ik over deze jonge bewaker te weten kon komen probeerde ik boven tafel te krijgen: niet alleen uitgebreide interviews met hemzelf en gesprekken en correspondentie met zijn familie en militairen die in dezelfde kerker hadden gewerkt, maar ook onderzoeken naar zijn voorgeschiedenis in gevangenissen en het leger. Gaandeweg kon ik me voorstellen hoe het geweest moest zijnom in zijn schoenen te staan, om gedurende veertig ononderbroken nachten van 16.00 tot 04.00 uur de ronde te lopen op Cellenblok 1a. Omdat het als getuige-deskundige mijn taak was om tijdens de rechtszitting de omgevingsinvloeden te beschrijven die hadden bijgedragen aan de mishandelingen die hij had begaan, kreeg ik toestemming om vele honderden digitaal opgeslagen beelden van menselijke verdorvenheid te analyseren. Dat was een weerzinwekkende en onwelkome opgave. Bovendien kreeg ik inzage in alle op dat moment beschikbare rapporten van verscheidene militaire en burgerlijke onderzoekscommissies. Omdat ik geen gedetailleerde aantekeningen mee mocht nemen naar de rechtszaal, moest ik de belangrijkste opmerkingen en conclusies uit al die rapporten uit het hoofd leren. De last van die intellectuele uitdaging liep verder op door de enorme emotionele druk die er op mij kwam te liggen nadat sergeant Ivan ‘Chip' Frederick alsnog tot een zware straf werd veroordeeld en ik informeel de psychologische begeleiding van hem en zijn vrouw Martha op mij nam. Na verloop van tijd werd ik hun ‘Oom Phil'.
Intussen voelde ik mij ontmoedigd en boos; vooral omdat het leger op geen enkele wijze wilde aannemen dat de vele verzachtende omstandig - heden die ik nauwkeurig had omschreven het grove gedrag van sergeant Frederick rechtstreeks hadden beïnvloed en dus een minder zware straf rechtvaardigden. De officier van justitie en de rechter weigerden zelfs maar in overweging te nemen dat krachten vanuit de omgeving het gedrag van een individu zouden kunnen beïnvloeden. Net als de meeste mensen in onze cultuur stelden zij zich op het standpunt dat de mens een soeverein individu is.
Het Lucifer Effect
recensie
De macht van het systeem
Reformatorisch Dagblad 14-10-2010 | Mark Wallet
De Amerikaanse soldaat Lynndie England sleept in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib een gevangene door de gang.
Aanslagen en folteringen staan ver van ons bed, maar iedereen is ertoe in staat, zegt de Amerikaanse psycholoog Philip Zimbardo in zijn recent vertaalde boek "Het Lucifer effect". „En nee, u bent geen uitzondering."
Toen de Amerikaanse psycholoog Zimbardo op een avond in 2004 de televisie aanzette, kreeg hij beelden over zich heen uit de Iraakse gevangenis Abu Ghraib. De zender toonde foto's van naakte lichamen die waren opgestapeld als een piramide en van gevangenen die gedwongen werden te masturberen terwijl mannelijke en vrouwelijke Amerikaanse bewakers lachend toekeken. De bewakers hadden zich zonder scrupules bij dergelijke taferelen laten vastleggen, hun duimen jolig in de lucht.
„De soldaten die dergelijke gruwelijkheden begaan, zijn rotte appels in de kist", verklaarde brigadier-generaal Mark Kimmit enige tijd later voor de televisie. „Maar", vroeg Zimbardo zich af, „wie zegt dat dit geïsoleerde gevallen zijn?" Onwillekeurig drong zich bij hem de vergelijking op met een wereldberoemd geworden experiment dat hij in 1971 uitvoerde aan de universiteit van Stanford. Daaruit bleek juist dat vaak niet de appel maar de kist het eerste probleem is. Ofwel: in een slechte kist worden goede appels binnen de kortste keren slechte appels.
Wat deed Zimbardo in 1971? Hij plaatste 24 studenten in een gevangenissetting en verdeelde de groep willekeurig in bewakers en gevangenen. De gevangenen kregen gevangenisplunje aan, terwijl de bewakers in uniform werden gestoken. „Zorg voor orde, maar gebruik geen geweld", kregen de laatsten als opdracht mee. Zimbardo en zijn onderzoeksteam keken vervolgens via een videoverbinding mee hoe ‘het spel' zich ontwikkelde.
Binnen de kortste keren begonnen de deelnemers zich naar hun rol te gedragen: de gevangenen namen een onderdanige houding aan en de bewakers gingen hun macht tonen. De laatste groep begon al snel verbaal geweld in te zetten tegenover de ‘ondergeschikten', maar daar bleef het niet bij. Er volgden ook allerlei vormen van fysieke vernedering. Na vijf dagen liep de situatie zodanig uit de hand dat Zimbardo het experiment op dag zes moest stopzetten. Zimbardo had er veertien dagen voor uitgetrokken.
Het onderzoek in Stanford toonde ondubbelzinnig aan hoe doodgewone Amerikaanse jongeren binnen een paar dagen konden transformeren tot kwaadaardige bewakers. Daarbij was de situatie waarin ze zich bevonden van elementair belang. Bewakers bleven buiten de gevangenis vaak alleraardigste mensen, maar veranderden in dienstverband tot bijzonder nare en kwaadaardige figuren (zie kader).
Niet alle bewakers gingen zich te buiten aan extremiteiten, maar niemand sloeg met de vuist op tafel en verklaarde dat het zo niet langer kon. De passief toekijkende bewakers waren zo „lijdzame handlangers van het kwaad" geworden.
Zimbardo raakte bij het proces tegen de bewakers van Abu Ghraib betrokken als getuige-deskundige en hield zich in die hoedanigheid opnieuw diepgaand bezig met het experiment uit 1971. In het boek dat hij daarop schreef, "Het Lucifer effect", blikt hij gedetailleerd terug op de gang van zaken in de ‘gevangenis' en de nasleep. Hij betrekt daarbij veel andere onderzoeken die inzicht geven in de vraag waarom „gewone mensen zich laten verleiden tot het kwaad."
De beschrijvingen in het boek zullen voor veel lezers wel eens te uitgebreid zijn, maar abstract en afstandelijk is de tekst allerminst. Zimbardo stelt de lezer namelijk voortdurend voor de vraag hoe hij zich in een bepaalde situatie zou gedragen. Mensen die denken dat ze een uitzondering op de regel vormen, waarschuwt hij dat „deze, statistisch gesproken, ongegronde overtuiging (want de meesten van ons denken zo) u des te kwetsbaarder maakt voor omgevingskrachten, juist omdat u hun macht onderschat door uw eigen macht te overschatten."
Wat maakt dat mensen, ondanks hun morele overtuigingen, toch actoren van het kwaad kunnen worden? Bijvoorbeeld het feit dat ze zich in de regel conformeren aan de meerderheid. Bij een onderzoek dat Zimbardo bespreekt, kregen mensen een aantal lijnen te zien en vervolgens de vraag voorgelegd welke lijn langer was. Vrijwel iedereen antwoordde daar correct op, maar toen een groep andere mensen hun waarneming in twijfel trok, veranderde een aanzienlijk deel alsnog van positie. Uit andere onderzoeken (en de geschiedenis) blijkt bovendien dat een autoriteit zodanige omstandigheden kan scheppen dat hij vrijwel absolute gehoorzaamheid kan afdwingen.
Inzichtgevend zijn ook de dingen die Zimbardo schrijft over het effect van "dehumanisering". Tijdens de genocide van 1994 in Rwanda waren de Tutsi's gedegradeerd tot „kakkerlakken", en waarom zou je die niet mogen uitroeien? Chinezen spraken tijdens de tweede Chinees-Japanse oorlog van 1937-1945 over Japanners als „dingen", en de Amerikanen bestempelden de Vietnamezen tijdens de Vietnamoorlog consequent als „spleetogen." Als de ander geen mens meer is zoals jij, is de stap naar geweld nog maar klein.
Zimbardo stelt dat degenen die verantwoordelijk zijn voor dergelijke terminologie medeschuldig zijn aan de misdaden die daaruit volgen. Dat geldt ook voor degenen die verkeerde structuren scheppen. Zo legt hij in het geval van Abu Ghraib schuld bij degenen die het wangedrag door bewakers mogelijk maakten, door een verziekt gevangenisklimaat te scheppen en te accepteren. Tot president Bush toe formuleert Zimbardo een hele reeks aanklachten.
Het zal duidelijk zijn dat Zimbardo met frases als "ieder mens is in wezen goed" niet uit de voeten kan. "Geneigd tot alle kwaad", komt meer in de richting. Toch kiest de inmiddels 77-jarige psycholoog in zijn mensbeeld niet enkel voor zwarte kleuren.
In het aloude debat over "nature" en "nurture" (Worden we goed geboren en gecorrumpeerd door een slechte samenleving of slecht geboren en gehumaniseerd door een goede omgeving?) kiest hij een middenpositie. Misschien heeft ieder het vermogen goed of slecht te worden, zachtaardig of wreed, altruïstisch of juist egoïstisch, oppert hij. En ligt het aan de sociale omstandigheden welk „bouwplan" zich ontwikkelt. Hij sluit het boek dan ook af met tien tips aan de lezer om zijn zelfstandigheid te bewaren tegenover om het even welk systeem. Iemand kan zelfs een „held" worden door simpelweg aan zijn eigen morele overtuiging vast te houden.
Het boek laat nog wel wat vragen open. Het kwaad zit bij Zimbardo primair in het systeem en niet in het in individu. Wat betekent dat precies voor de schuldvraag? Zimbardo geeft daartoe wel aanzetten, maar het blijft wat aan de oppervlakte. Interessante vraag blijft daarbij natuurlijk hoe het komt dat individuen dergelijke systemen creëren.
Jammer is dat de inleiding van de vertalers op het boek een stuk minder verteerbaar is dan de tekst van Zimbardo zelf, mede door de plompverloren introductie van allerlei psychologisch discours. Die tekst kan echter ook zonder problemen overgeslagen worden.
Het Lucifer effect. Hoe gewone mensen zich laten verleiden tot het kwaad, Philip Zimbardo (vert. Rein Gerritsen en Pleun van Vliet); uitg. Lemniscaat, Rotterdam, 2010; ISBN 978 90 477 0255 9; 684 blz.; € 27,95
--------------------------------------------------------------------------------
„Iemand van het onderzoeksteam (van het Stanfordexperiment, MW) zei tegen mij dat ik nog maar eens een blik in de gang moest werpen, want de nieuwe nachtploeg was aangetreden en dit was de dienst van de beruchte ‘John Wayne'. John Wayne was de bijnaam van de bewaker die het gemeenst en het hardvochtigst was van allemaal (...) Toen ik door het observatiescherm keek, was ik perplex toen ik zag dat hun John Wayne de ‘aardige jongen' was met wie ik eerder had staan kletsen. Hij leek wel een ander mens. Hij bewoog zich niet alleen anders, maar hij sprak ook anders - met een Zuidelijk accent. Hij stond te schreeuwen en te vloeken tegen de gevangenen (...) en ging in zijn grofheid en agressie veel te ver.
De persoon met wie ik net had staan praten was op een verbijsterende manier getransformeerd - een transformatie die slechts in enkele minuten had plaatsgevonden, vanaf het moment dat hij vanuit de buitenwereld de grens naar de gevangenisgang overschreed. Met zijn militair aandoende uniform, de knuppel in zijn hand en de donkere, zilverkleurige brillenglazen die zijn ogen afschermden was deze jongen een volstrekt zakelijke, praktische, ontzettend nare gevangenisbewaker geworden" (onderzoeker Christina Maslach, blz. 251)).
--------------------------------------------------------------------------------
„Wij gebruiken onze vrijheid om te kiezen voor situaties die we kennen, zodat vandaag op gisteren lijkt. Maar nu plaats ik je in een andere context. En nu vraag ik je te beseffen waartoe mensen zoals jij in zo'n situatie in staat waren. Kijk diep in je eigen hart en realiseer je dat je dat ook zou kunnen doen. Vraag je vervolgens af: hoe kan ik deze krachten tegengaan? (...) Dat lukt alleen als je je bewust bent van je eigen kwetsbaarheid en zwakten." (Philip Zimbardo spreekt zaal via videoverbinding toe tijdens congres over verschenen boek in Utrecht, 30 september.)
Het Lucifer Effect
recensie
Van kwaad en erger
WAT HAALT HET SLECHTSTE IN DE MENS TELKENS WEER NAAR BOVEN?
BRUSSEL - Twee weken geleden dook een filmpje op van een Israëlische militair die suggestief rond een geblinddoekte Palestijnse stond te dansen. Waarom neigen gewone mensen naar het kwaad in een gesloten systeem? De Amerikaanse sociaal psycholoog Philip Zimbardo schreef er zijn levenswerk over.
De Standaard 19/10/2010
Van onze redacteur Geert Sels
Het filmpje stond op Youtube, en het Israëlische leger heeft er een onderzoek naar opgestart. Het is de jongste in een serie beschamende video's en foto's die op het internet worden gezet en waarin Israëlische militairen Palestijnen vernederen.
In het filmpje is een vrouw te zien die tegen een muur staat. Ze draagt een hoofddoek en een lang zwart gewaad. Op de achtergrond is luide Arabische muziek te horen, waarop de militair staat te dansen. Hij springt om de vrouw heen en maakt een reeks suggestieve bewegingen. Als het filmpje authentiek zou zijn, is het de eerste video waarin een Palestijnse vrouw wordt vernederd. In de Arabische gemeenschap is dat een zwaarbeladen thema.
Het is het zoveelste voorbeeld van mensen die zichzelf te buiten gaan als ze macht hebben in een gesloten systeem, met weinig controle. ‘Een karaktertransformatie', noemt de Amerikaanse sociaal psycholoog Philip Zimbardo dat. Hij is 77 ondertussen; drie jaar geleden gaf hij zijn afscheidslezing aan Stanford University, in Palo Alto. Al zijn kennis over het onderwerp heeft hij bij elkaar geschreven in Het Lucifer effect, naar de ommekeer die Gods lievelingsengel Lucifer maakte toen hij de partij van Satan koos.
Van Zimbardo kan men moeilijk beweren dat hij het ijzer smeedde toen het heet was. Als jonge doctor zette hij in 1971 het Stanford Prison Experiment op, dat zo choqueerde dat het wereldwijd bekend werd. Toch zou hij pas 35 jaar later al zijn kennis en inzicht aan het papier toevertrouwen.
‘Ik was verantwoordelijk voor het experiment', zegt hij aan de telefoon vanuit Californië. ‘Het is door mij opgezet en ik heb het moeten stopzetten. De fout die ik maakte, was dat ik samen met drie studenten de volledige monitoring op me nam, een week lang, dag en nacht. Dat was veel te weinig. Daardoor heb ik niet kunnen verhinderen dat enkele deelnemers zich boosaardig begonnen te gedragen en anderen leed berokkenden. Niet alleen schuld en schaamte hielden me al die tijd tegen. Uit het experiment kwamen zoveel afgeleide onderwerpen, zoals gevangenschap en verlegenheid, dat ik er bijna mijn hele professionele loopbaan mee bezig was.'
Abu Ghraib
Toen doken in 2004 de ‘prijsfoto's' op van gevangenen in Abu Ghraib. Net als kolonialen die poseerden bij een neergeschoten olifant, stonden Amerikaanse bewakers manhaftig te glunderen bij hun trofee: Irakese gevangenen. Ze hadden hen in mensonterende situaties gemanoeuvreerd en hen vernederende handelingen laten uitvoeren. Kennelijk vonden ze het de moeite hun activiteiten te fotograferen.
Het waren gruwelijke beelden, met gevangenen die tot een piramide opgestapeld werden en Amerikaanse soldaten die er bovenop sprongen. Een vrouwelijke soldaat sleurde een gevangene voort die een hondenriem om de nek droeg. Naakte gevangenen werden gedwongen zich te masturberen in aanwezigheid van een sigarettenrokende, vrouwelijke soldaat. Een man met een zak over zijn hoofd kreeg bedrading aan zijn vingers, tenen en penis om een elektrocutie te simuleren. De draden waren niet aangesloten, maar de man stond doodsangsten uit. Nog een naakte man, handen achter het hoofd, werd in het nauw gedreven door een stel blaffende Duitse herders zonder muilkorf.
Een golf van verontwaardiging ging de wereld rond. ‘Het zijn maar een paar rotte appels', haastte de toenmalige Amerikaanse president George Bush zich. Maar Philip Zimbardo wist beter. Hij was er rotsvast van overtuigd dat heel het systeem niet deugde. Soortgelijke beelden had hij namelijk al eens eerder gezien: in zijn eigen Stanford Prison Experiment.
Hoe iemands karakter onder bepaalde omstandigheden kon transformeren, dat was wat Zimbardo wou achterhalen in zijn experiment. Van jongsaf had hij het in zijn omgeving zien gebeuren. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was en waarom het telkens opnieuw gebeurde. ‘Ik ben opgegroeid in een arme wijk in de Bronx, in New York', zegt hij. ‘Om me heen zag ik niets anders dan slechtheid en mislukking. Het was vechten, stelen en slaan om je staande te houden. Hoe vaak heb ik niet gezien dat jongeren, in wezen goede, normale kinderen, de weg van het kwaad opgingen. Dat wou ik onderzoeken in een testsituatie. Wat zou er gebeuren als je geprivilegieerde mensen in een getto bijeenzette?'
Die geprivilegieerde mensen vond Zimbardo om zich heen, bij de studenten die overwegend uit de middenklasse kwamen. Hij selecteerde 24 jonge mannen, stuk voor stuk gezonde en evenwichtige studenten. In een nagebootste gevangenis in de universiteitskelders verdeelden ze zich willekeurig in bewakers en gevangenen. Twee weken zou het rollenspel duren, maar na zes dagen werd het al afgeblazen. Bewakers identificeerden zich zodanig met hun rol dat ze plezier kregen in het vernederen en het pijnigen van anderen. Sommige van de gevangenen stortten in, deels uit vermoeidheid en deels omdat ze geen verweer hadden tegen de emotionele ontregeling.
De gevangenen waren dan ook tot het uiterste beproefd. Ze droegen een schortjurk en kregen een vrouwenpanty op hun hoofd. Tijdens steeds langer wordende appels moesten ze de nummers van hun medegevangenen voor- en achteruit opdreunen. Ze zaten in eenzame opsluiting en moesten kikkersprongen doen. Bewakers gingen op hun rug staan terwijl ze zich opdrukten. Spelletjes haasje-over ontaardden in seksuele standjes op zijn hondjes. Maar het ergst was de nacht. Onttrokken aan controle deelden de bewakers lukraak sadistische straffen uit.
De kracht van de situatie
Waarom verliest de mens zich telkens opnieuw in dit soort ongein? ‘Als ik iets heb ontdekt', zegt Zimbardo, ‘dan is het dat individuele aanleg en omgevingsfactoren met elkaar in dialectiek gaan. Ik ben een situationist. Vaak heeft men het kwaad proberen te verklaren vanuit een persoonlijk falen of een ziekelijke aanleg. Dat is me te smal. Goede mensen kunnen in moordenaars veranderen zonder dat er spake is van boos opzet, als ze door de omstandigheden onder druk worden gezet. Daarom hou ik rekening met de sociale, economische en politieke krachten die mee in het geding zijn. Mijn punt is dat we ons bewuster moeten zijn van de kracht van de omstandigheden.'
Van groot belang in Zimbardo's betoog zijn de ‘totale situaties'. Dat zijn omstandigheden waarin een groep mensen samen een gesloten systeem vormen. Ze sluiten zich af van de samenleving en richten zich naar regels die van bovenuit worden opgelegd. Er is een duidelijke scheidslijn tussen dominante en onderdanige groepsleden. ‘Zo zijn er tal van voorbeelden', zegt Zimbardo. ‘Gevangenissen, het leger, politiekorpsen, maar denk zeker ook aan de rituelen waarmee nieuwe studenten worden ontgroend. Zelf deed ik onderzoek bij de getuigen van destructieve sekten, zoals de Peoples Temple van Jim Jones. Op grote schaal zijn er de massamoorden in Rwanda en Srebrenica.'
Het recentste voorbeeld is het kerkschandaal. ‘De ingrediënten zijn dezelfde', zegt Zimbardo. ‘Een gemeenschap die zijn eigen regels heeft, weinig toezicht, geestelijken naar wie opgekeken wordt en kinderen zonder verweer. Misbruiken zijn alleen maar te vermijden door toezicht, door in de opleiding te wijzen op de gevaren van macht en door duidelijk te sanctioneren. De militairen van Abu Ghraib kwamen ermee weg. Dat geeft anderen een vrijgeleide om het opnieuw te doen.
Philip Zimbardo, ‘Het Lucifer effect', Lemniscaat, 684 p, 27,95 euro
De Standaard 19/10/2010
