Per Nilsson
de pers
Per Nilsson
‘Nilsson weet als een meester-goochelaar hoe hij de lezer nieuwsgierig moet maken én houden, hoe hij spanning moet opbouwen - bij kleine beetjes tegelijk, door te suggereren, dreiging en raadsel in te lassen - en die naar een spectaculaire finale toe opvoeren.'
Lieke van Duin over Het lied van de raaf in Trouw
‘Nilssons verhaal is herkenbaar, niet alleen omdat het zo goed past binnen de ‘belevingswereld' van adolescenten. Het is ook, en vooral, herkenbaar doordat de schrijver met literaire middelen een liefdesgeschiedenis universeel weet te maken.
En het is ontroerend, niet omdat Nilsson zijn hoofdpersoon ontroerende dingen laat zeggen, maar omdat hij ervoor zorgt dat je ze tussen de regels door kunt lezen.'
Hanneke de Klerck over De geur van Melisse in de Volkskrant
‘Het literaire gehalte is hoog zonder dat het hoogdravend wordt. Het gaat diep, zonder opvallend te graven. (...) De drie hoofdpersonen zijn neergezet met veel oog voor detail. Dat maakt het geloofwaardig. Uiteindelijk kan iedereen Nils, Zarah of Anon zijn.'
Tubantia over Jij, jij en jij
'De Zweed Per Nilsson staat in West-Europa aan de top op het gebied van diepgravende jeugdromans. Met 17 bevestigt hij nogmaals zijn klasse. (...) 17 is een tegelijk hard en teder boek over fundamentele levensvragen en over de positie van de mens in de maatschappij.'
Standaard der Letteren
Per Nilsson
interview
Per Nilsson
Per Nilsson is begonnen met schrijven omdat hij zijn vier kinderen graag wilde vertellen over zijn eigen jeugd. Zijn eerste drie boeken waren dan ook min of meer autobiografisch en gingen over een elfjarig jongetje dat Nils Persson heette. Deze Nils had altijd bulten op zijn hoofd omdat hij op straat zo liep te dromen dat hij voortdurend tegen lantaarnpalen opbotste.
Zo'n soort jongetje was Per Nilsson vroeger zelf. Dat zijn eigen leven nog steeds als inspiratiebron voor zijn boeken dient, kun je lezen in Jij, jij en jij, waarin twee van de drie hoofdpersonen met eenzelfde ‘lantaarnpalenprobleem' te kampen hebben als Nils uit zijn eerdere boeken.
Wilde u als kind al schrijver worden?
‘Ik heb altijd van lezen en schrijven gehouden. Toen ik vijftien was begon ik een dagboek bij te houden en schreef ik gedichten. Maar ik had ook andere dromen. Net als veel kinderen fantaseerde ik erover later een beroemde voetballer te worden en ik zag ook een mooie carrière voor me als popster. Toen ik op een dag een boek las over treinen was ik erg onder de indruk en wilde ik graag machinist worden...'
Nu hij eenmaal schrijver is geworden vindt Per Nilsson het erg belangrijk contact met zijn lezers te hebben. Hij houdt ervan jongeren te ontmoeten en met hen te discussiëren over zijn boeken. Hij is altijd nieuwsgierig naar wat zijn lezers hem te vertellen hebben en wil graag horen welke beelden er in hun hoofd ontstonden toen ze zijn boeken lazen. Een van de kwaliteiten van literatuur vindt Nilsson de persoonlijke beleving van de lezer. ‘Ik hoef in mijn boeken niet aan te geven waar de realiteit ophoudt en de fantasie begint - dat laat ik aan de lezer over. Ik vind het leuk om daar met jongeren over te praten.'
Bent u altijd schrijver geweest of heeft u ook andere beroepen uitgeoefend?
‘Ik heb twintig jaar les gegeven op de middelbare school; ik doceerde wiskunde en muziek. Toen ik net met schrijven begon, deed ik dat naast mijn werk als leraar, maar de laatste jaren was mijn hoofd helemaal gevuld met mijn schrijfwerk en bezocht ik steeds meer schoolklassen om over mijn boeken te praten. Ik merkte dat dat ten koste van mijn werk op school ging. Ik vind dat je een goede leraar moet zijn of géén leraar, dus toen ik me realiseerde dat ik mijn werk niet meer zo gemotiveerd deed als vroeger, ben ik gestopt en heb ik me volledig op het schrijven toegelegd.'
Wat is er zo prettig aan het schrijverschap dat u het boven uw werk als leraar verkiest?
‘Ik houd van de vrijheid die je als schrijver geniet. Ik kan werken waar en wanneer ik wil zonder dat ik ooit te maken heb met een lastige baas. Hoewel schrijver-zijn eigenlijk ook wel een eenzaam beroep is: je bent een soort toeschouwer van het leven zonder dat je er zelf actief aan deelneemt - je observeert en beschrijft. Maar ik vind die eenzaamheid niet vervelend. Als ik even genoeg heb van het schrijven maak ik een wandeling met de hond of ik speel wat op mijn accordeon.'
Per Nilsson heeft inmiddels al meer dan dertien boeken op zijn naam staan, waarvan er verscheidene zijn vertaald in Nederland. Nilssons boeken vallen op door hun bijzondere compositie. Geen van de verhalen wordt recht toe, recht aan verteld - in alle boeken speelt de schrijver met de vorm waarin hij zijn verhalen giet.
Vanwaar die belangstelling voor de compositie van uw verhalen?
‘Ik houd ervan mijn verhaal op een bijzondere manier vorm te geven. Ik probeer zo te schrijven dat de lezer betrokken raakt bij wat ik vertel en steeds nieuwsgierig genoeg blijft om verder te lezen. Als schrijver is het mijn taak om te zorgen dat de lezer steeds weer de bladzijde omslaat. In De geur van Melisse is het verhaal opgebouwd rond een aantal voorwerpen die bij de hoofdpersoon herinneringen oproepen aan zijn grote, voorbije liefde. De voorwerpen zijn gekoppeld aan gebeurtenissen die zich als een film in het hoofd van de hoofdpersoon afspelen. Hij kan stilstaan bij zijn favoriete scènes, de saaie delen overslaan, gedeeltes herhalen of snel vooruit spoelen. Ik hoop dat de lezer op die manier de indruk krijgt dat het gebeurde gisteren of vorige week heeft plaatsgevonden - dat het net is of iemand het verhaal naast hem zit te vertellen. Een duidelijke vertelstem is een makkelijke manier om vragen op te roepen en de lezer nieuwsgierig te maken: waarom zit die jongen op zaterdagavond alleen op zijn kamertje, en wat doen al die voorwerpen op zijn bureau?'
De laatste jaren schrijft Per Nilsson steeds voor jonge mensen - jongeren tussen de dertien en de twintig jaar zijn de lezers die hij tijdens het schrijven voor ogen heeft. Uit veelvuldig contact via brieven en ontmoetingen blijkt dat Nilssons beoogde publiek zijn boeken graag leest en zich in zijn personages herkent. ‘Ik denk dat dat komt doordat ik mezelf nog altijd een beetje een tiener voel,' zegt Nilsson. ‘De dingen die ik me afvraag en waarover ik me verwonder, zijn dezelfde dingen waarover ik met jongeren kan discussiëren.'
Zou u niet liever voor volwassenen schrijven dan voor jongeren?
‘Nee, schrijven voor jongeren heeft namelijk zo zijn voordelen. Ik ben van mening dat veel Scandinavische jeugdromans beter zijn dan sommige romans voor volwassenen. Volgens mij heeft dat te maken met het feit dat je als schrijver voor jongeren volstrekt eerlijk kunt zijn en alle gedachten aan literatuur en literaire kritiek achter je kunt laten. Het maakt niet uit wat ze over me schrijven, mijn lezers lezen de kritieken toch niet. Die laten zich niet beïnvloeden door modetrends op boekengebied; ze vinden mijn boeken mooi of niet, zo simpel ligt dat.' En zelfs al zouden Nilssons lezers de kritieken over zijn boeken onder ogen krijgen, dan zouden ze over het algemeen alleen maar gestimuleerd worden om zijn werk te lezen. Zweedse critici schrijven namelijk overwegend positieve recensies en ook in andere landen spreekt men lovend over Nilssons boeken. De geur van Melisse is inmiddels in negen landen vertaald, won in Duitsland de Deutsche Jugend Literatur Preis en kreeg in Nederland in 1999 een Zilveren Zoen toegekend.
Voor Per Nilsson is het winnen van prijzen echter niet het belangrijkste:
‘Natuurlijk ben ik blij met elk prijs, maar wat voor mij belangrijker is, is dat mijn boeken worden gelezen door jongeren, en dat ik met hen over mijn werk kan praten. Prijzen, onderscheidingen en goede kritieken zouden niets voor mij betekenen als ik er niet van overtuigd was dat ik mijn lezers kon bereiken. Ik heb nu eenmaal die zestienjarige in mijn hoofd en met hém wil ik communiceren.'