| Fragment uit De
magische wereld van koning Arthur van Kevin Crossley-Holland
Voorwoord
Soms lijkt het of ik koning Arthur mijn hele leven heb gekend. Als jongen
hoorde ik het verhaal van het zwaard dat hij uit de steen trok; ik was
verliefd op Guinevere, en half en half geloofde ik dat Arthur en zijn
ridders nog altijd sliepen onder de heuvel achter ons huis. Maar zelfs
vóór die tijd moet ik al van hem geweten hebben.
Toen ik begon met het schrijven van De zienersteen, het
eerste deel van mijn Arthurtrilogie, merkte ik echter algauw dat ik minder
wist dan ik dacht. Ik begon aan een kleurige Camelot-puzzel van allerlei
mensen, plaatsen en voorwerpen die belangrijk waren in de wereld van koning
Arthur, van de achterliggende ideeën en emoties die ze verbinden
tot verhalen die altijd zijn blijven bestaan.
De wereld van Camelot is een magische, meeslepende middeleeuwse droom.
Maar heeft koning Arthur werkelijk bestaan? Wat droegen de mensen in de
Middeleeuwen, wat aten en dronken ze, wat voor cadeaus gaven ze elkaar?
Waarom gingen ze op kruistocht? Mijn puzzel begon al snel te groeien!
In mijn trilogie ontdekt Arthur de Caldicot dat koning Arthur –
en alles waarvoor hij staat – sluimert in hemzelf: de koning in
hem. Ik denk dat hij in ieder van ons wacht tot wij hem doen ontwaken.
Misschien is het daarom alsof ik hem mijn hele leven heb gekend.
Tintagel
Volgens Geoffrey van Monmouth in zijn Geschiedenis van de Koningen
van Brittannië, is het kasteel te Tintagel de plaats waar
het verhaal van koning Arthur echt begint.
Uther Pendragon, koning van Brittannië, wordt verliefd op Ygerna,
de vrouw van Gorlois, de hertog van Cornwall. Zijn verlangen naar haar
is zó groot dat hij de tovenaar Merlijn vraagt hem te helpen. Merlijn
geeft Uther dan een drankje dat hem uiterlijk zó verandert dat
hij precies op Gorlois lijkt.
Nu is Uther in staat in de schemering langs de kasteelwacht te lopen.
In haar slaapkamer stort hij zich in de armen van Ygerna, die al die tijd
veronderstelt dat hij haar eigen echtgenoot Gorlois is. ‘En in die
nacht werd Arthur verwekt...’
Tintagel ligt op de rotsachtige noordkust van Cornwall en wordt door Geoffrey
als volgt beschreven: ‘Het kasteel is hoog boven de zee gebouwd,
die het aan alle kanten omringt, en er is maar één manier
om er binnen te komen: over een smalle rotsachtige landengte.’ De
ruïnes die nu bekendstaan als het kasteel van Arthur zijn in feite
uit de Normandische tijd, maar dicht in de buurt zijn resten gevonden
van een vesting uit de vijfde of zesde eeuw, de tijd van de ‘historische’
Arthur. Toeristen kunnen daar ook rotsformaties zien met namen als ‘Arthurs
zetel’, ‘Arthurs kop-en-schotel’ en ‘de grot van
Merlijn’.
Het zwaard in de steen
Op een Londens kerkhof staat een massieve vierkante steen. Op die steen
staat een stalen aambeeld en in dit aambeeld steekt een zwaard. In gouden
letters staat op de steen:
‘Wie dit zwaard uit de steen en het aambeeld trekt,
is de ware koning van heel Brittannië’
Wat een prachtig beeld en wat een uitdaging! Wie en waar is de man of
jongen die kan laten zien dat hij door God is uitverkoren als de ware
koning?
Sir Ector en zijn zoon sir Kay komen naar Londen voor een toernooi op
nieuwjaarsdag. Als Kay zijn zwaard vergeet, vraagt hij zijn jonge pleegbroer
Arthur om het voor hem te gaan halen. Maar Arthur komt voor een gesloten
deur en rijdt meteen naar het kerkhof. ‘Hij pakt het zwaard bij
het gevest’, zegt Sir Thomas Malory, ‘en trekt het licht en
toch krachtig uit de steen.’
Op dat moment realiseert Arthur zelf zich niet dat hij de ware koning
is, want zijn pleegvader sir Ector heeft het geheim van Arthurs geboorte
en zijn koninklijke bloed angstvallig bewaard. Als Arthur het zwaard aan
zijn oudere broer geeft, pleegt Kay eerst bedrog door het koningschap
op te eisen. Bovendien maken de edelen er bezwaar tegen om door een jongen
van vijftien geregeerd te worden. Maar Arthur herhaalt het wapenfeit,
en met Pasen roept het volk van Engeland: ‘Wij willen Arthur als
onze koning, en zonder uitstel, want we zien allemaal dat het Gods wil
is dat hij onze koning wordt.’
Merlijn
De tovenaar Merlijn weet de lezers van de Arthurverhalen in zijn ban te
houden. Zodra hij ten tonele verschijnt, trekt hij alle aandacht naar
zich toe. En wanneer hij even achter de schermen verdwenen is, vraag je
je af wat hij in zijn schild voert. We zouden zelfs op de gedachte kunnen
komen dat het hele verhaal van Arthur op de een of andere manier door
Merlijn is bedacht.
Merlijn werd geboren in Carmarthen (‘Merlijns stad’) in Wales,
als zoon van een boze geest en een non. Als jongen haalt hij koning Vortigern
over om twee vechtende draken op te graven, een rode en een witte; hij
legt uit dat de rode draak voor de Kelten staat en de witte voor de Saksen.
Merlijn doet veel voorspellingen, maar zegt dat de toekomstige gebeurtenissen
‘alleen in geval van uiterste noodzaak onthuld kunnen worden. Als
ik ze zomaar zou onthullen bij wijze van vermaak ... zou de geest die
mij leidt me in het uur van de nood in de steek laten.’
Merlijn helpt ook Vortigerns opvolger om de cirkel van massieve blue
stones van Stonehenge, die ieder zo’n vijf ton wegen, van Ierland
naar Engeland te brengen. En hij helpt koning Uther door hem een toverdrank
te geven, zodat hij in de gestalte van de hertog van Cornwall de liefde
kan bedrijven met diens vrouw Ygerna en Arthur bij haar verwekt.
Arthur is dus de vierde heerser die door Merlijn wordt bijgestaan. Merlijn
ontfermt zich over de pasgeboren Arthur als een vroedvrouw en laat hem,
gewikkeld in een gouden doek, heimelijk verdwijnen naar zijn pleegouders,
sir Ector en diens vrouw. Vervolgens zorgt hij ervoor dat het zwaard in
de steen – het ultieme bewijs voor Arthurs koningschap – op
een Londens kerkhof belandt. Hij geeft de jonge koning gedegen krijgsadviezen,
helpt hem Excalibur te verwerven van de Vrouwe van het Meer, en waarschuwt
Arthur niet met Guinevere te trouwen. Merlijns rol is die van Arthurs
leraar; hij bereidt hem voor op zijn koningschap en leidt zijn eerste
stappen als koning.
Sommige bronnen beweren dat Merlijn verliefd werd op zijn leerlinge Nimue,
en dat zij hem opsloot in een rots; anderen zeggen dat hij begraven is
bij Carmarthen of op het land van Marlborough (‘Merlijns burcht’)
College. Maar misschien leeft hij nog in een onzichtbaar glazen huis,
op het eiland Bardsey bijvoorbeeld. Of werd hij waanzinnig en begon hij
door de bossen te zwerven, tot zijn zuster Ganieda een observatorium voor
hem inrichtte, van waaruit hij nog steeds de sterren bestudeert?
Merlijn is niet alleen een naam, maar ook een beschrijving (in het Welsh
een myrddin) van iemand met spirituele gaven en goddelijke inspiratie.
De Merlijn van de Arthurromances is grotendeels ontsproten aan de fantasie
van Geoffrey van Monmouth, maar gebaseerd op oude Britse overleveringen,
tradities en religieus besef. Hij is een profeet, een tovenaar en een
wijze gids, ongrijpbaar en voortdurend wisselend van gedaante. Merlijn
is als een alziend oog, dat nog steeds onafgebroken op ons is gericht.
Excalibur
Excalibur is niet hetzelfde zwaard als het zwaard in de steen. Terwijl
koning Arthur samen met Merlijn een rit te paard maakt, ziet hij in het
midden van het meer ‘een arm gekleed in wit brokaat (zware zijde),
die een prachtig zwaard in de hand houdt’. De Vrouwe van het Meer
vertelt Arthur dat hij erheen moet roeien en het zwaard en de schede uit
de uitgestoken hand moet pakken. Merlijn waarschuwt de koning dat de schede
tien keer zoveel waard is als het zwaard, ‘want als u de schede
draagt, zult u nimmer een druppel bloed verliezen, hoe zwaar u ook gewond
bent.’
In de Middeleeuwen werd aan een zwaard zeer veel belang gehecht: vanwege
de waarde ervan, maar ook als symbool van ridderschap. Vaak werd aan een
zwaard een naam gegeven. Het woord Excalibur zou van het Latijnse woord
chalybs kunnen komen, wat staal betekent, of van Keltische woorden
die ‘hard’ en ‘bliksemstraal’ betekenen. Hoe dan
ook, we kunnen er het zoeven van het zwaard in horen (ekk-kkss-ka!).
Met Excalibur wint Arthur geweldige gevechten. Maar dan steelt zijn wraakzuchtige
zuster, Morgan le Fay, de schede; en als Arthur ernstig gewond raakt bij
de veldslag te Camlann en veel bloed verliest, beveelt hij sir Bedivere
om het zwaard terug te gooien in het water: ‘een arm en een hand
kwamen boven water; de hand greep het zwaard, schudde het drie keer en
zwaaide ermee, en toen verdwenen de hand en het zwaard in het water.’
|