Fragment uit Rood hart, blauwe vlinder van Annika Thor

Hier zit Elfie. Het rekenboek ligt open voor haar, maar ze vergeet te rekenen. Ze draait een pluk haar om haar vingers en kijkt naar buiten over het schoolplein. Eerst ziet ze een kat die misschien wel is weggelopen. Dan ziet ze twee kinderen uit de bovenbouw staan zoenen achter de fietsenstalling. Die denken natuurlijk dat niemand hen ziet. Ze doen er lang over en Elfie blijft kijken totdat Filippa zich opzij draait om te zien waar Elfie naar kijkt. Wanneer Filippa het zoenende stelletje ziet, port ze Elfie in haar zij en giechelt. Niet echt hard, maar wel hard genoeg om een strenge blik van Jessica te krijgen. Elfie zucht en begint weer te rekenen.

Daar zit Anders, helemaal achter in de klas. Anders is één van die rustige jongens die achterin mogen zitten. Hij kauwt op zijn potlood en kijkt naar de klok boven de deur van het klaslokaal. Kwart over twee. Over een kwartier gaat de school uit. Als hij straks op de buitenschoolse opvang is, zal hij mama opbellen op haar werk om te vragen of hij naar huis mag. Zijn vrouwtjeskonijn, dat Hoppie heet, was vanochtend niet helemaal in orde. Ze was sloom en wilde niet eten. Als ze maar niet ziek is... Anders kantelt zijn stoel achterover tegen de muur, rekt zich uit en gaapt. Nog veertien minuten. Dertien. Twaalf.

Als je aan Elfie zou vragen wat ze van Anders vindt, dan zou ze zeggen dat hij aardig is. Hij is niet een van die jongens die altijd maar schreeuwen, ruzie maken en voordringen bij het eten tussen de middag. Toen ze nog in groep drie zaten speelden Anders en Danne op de BSO vaak met Filippa en haar. Dan bouwden ze hutten in het lokaal met alle kussens. Maar nu ze in groep vijf zitten spelen de jongens en de meisjes bijna niet meer met elkaar. Een paar kinderen uit de klas hebben al verkering – die gaan met elkaar. Elfie vraagt zich af wat je eigenlijk doet als je met elkaar gaat, behalve dan zoenen wanneer niemand het ziet.

Als je aan Anders zou vragen wat hij van Elfie vindt, dan zou hij daar even over moeten nadenken. Hij had waarschijnlijk niet aan haar gedacht, al waren ze vroeger vrienden. Anders denkt niet zoveel aan de meisjes uit zijn klas. Ze zijn er gewoon. Ze praten, ze giechelen en hebben geheimpjes, maar daar heeft hij niets mee te maken. Anders zou een poosje nadenken, en dan zou hij zeggen dat Elfie oké is. Oké, voor een meisje. Niet zo een die zich aanstelt. En ook wel knap, zou Anders erbij zeggen. Daarna zou hij het over iets anders willen hebben. Over konijnen bijvoorbeeld.
Het is een normale, grijze dag in februari. Hier zit Elfie. Daar zit Anders. Geen van die twee weet dat ze straks verliefd op elkaar zullen worden.

‘Rode harten,’ zegt Filippa. ‘Van dat dikke papier. En dan schrijven we daar met goudstift op. Dat is heel mooi.’
‘Wat schrijven we dan?’ vraagt Elfie.
‘Ik hou van jou,’ antwoordt Filippa. ‘En op de achterkant: Hou jij van mij?’
‘Zoiets kan je toch niet opschrijven?’ zegt Elfie.
‘Dat kan wél,’ antwoordt Filippa. ‘Maar alleen op Valentijnsdag. Het is net zoiets als verkering vragen, snap je?’
‘Aan wie geven we ze?’ vraagt Elfie.
Filippa glimlacht geheimzinnig en zegt dat ze dat nog wel zullen zien. Elfie vraagt niet verder. Als Filippa iets in haar hoofd heeft, gebeurt dat ook meestal.
Filippa weet altijd hoe alles moet.
Elfie niet. Bij haar duurt het een tijdje voordat ze erachter is wat ze wél wil en wat niet. Maar wanneer ze bedacht heeft dat ze niet hetzelfde wil als Filippa, is het meestal al te laat om dat nog te zeggen.
Nu is Filippa al weggestoven en heeft Barbro gevraagd om stevig, rood papier en twee scharen. De goudstift heeft ze van thuis meegenomen. Ze gaan aan de grote tafel zitten en beginnen het hart te tekenen. Het is moeilijk om mooie harten te krijgen. De ene helft is steeds groter dan de andere.
Na een poosje bedenkt Elfie dat je het papier kunt dubbelvouwen en een half hart kunt tekenen.
‘Dat knip je uit langs de lijn, je vouwt het open en dan heb je een mooi gelijk hart.’
‘Maar dan krijg je zo’n lelijke vouw in het midden,’ vindt Filippa.
‘Maar als je het hart met de vouw erin weer op het papier legt en dat natrekt…’
Het is een goed idee, dat moet Filippa toegeven. Ze heeft een beetje de pest in dat ze het niet zelf heeft bedacht. Maar ten slotte hebben ze allebei een hart dat eruitziet zoals een hart eruit hoort te zien. Een paar andere meisjes zijn bij hen aan tafel komen zitten en knippen ook een hart.
‘Kom,’ fluistert Filippa tegen Elfie. ‘We gaan naar het lokaal met de kussens. De anderen mogen mijn goudstift niet lenen. Alleen jij.’
Elfie loopt mee naar het lege lokaal. Filippa haalt haar goudstift te voorschijn. Ik hou van jou, schrijft ze in haar mooiste handschrift op de ene kant van het hart. En op de andere kant: Hou jij van mij? Daarna geeft ze de pen aan Elfie. Elfie doet haar uiterste best. Het valt niet mee, want ze is links en de goudkleurige inkt vlekt snel als je er met je hand overheen gaat. Het is een klein beetje gevlekt, maar toch heel mooi. Ik hou van jou. Hou jij van mij?
‘Maar aan wie geven we ze?’ vraagt Elfie weer.
Juist op dat moment trekt Barbro de deur van het lokaal open en roept dat ze moeten komen opruimen. De hele tafel is bezaaid met snippers papier, zegt ze. Filippa antwoordt dat de andere meisjes die mogen opruimen. Zij zijn nog blijven doorknippen toen Elfie en zij al klaar waren.
‘Je kent de regels,’ zegt Barbro.’Wie aan iets begint, ruimt het ook op. Kom op, want we gaan zo wat eten en drinken.’
Filippa moppert een beetje bozig, terwijl ze samen de snippers en het overgebleven papier opruimen. Elfie vraag zich de hele tijd af wie haar hart zal krijgen. Het kriebelt een beetje in haar lijf als ze eraan denkt. Ze gluurt naar Filippa, maar ze weet dat die niets zal zeggen voordat ze weer alleen zijn.
Tijdens het eten kijkt Elfie heimelijk naar de jongens aan tafel. Niet Ruben of Joel, dat weet ze zeker. Dat zijn herrieschoppers. Maar wie dan? Haar blik glijdt over de gezichten die ze al zo vaak heeft gezien. Viktor. Simon. Christoffer. Danne.
De plaats naast Danne is leeg. Daar zit Anders altijd.
Viktor. Simon. Christoffer. Danne. Anders.
Eén van hen krijgt haar hart.