Ik wil een hond

(Op de melodie van Patsy)

Ik hou van honden, vooral van die grote,
je weet wel, zo’n zwarte met een heleboel haar,
met flappende oren en zwiebelige poten,
en daarom zeur ik al meer dan een jaar.

Helaas wil mijn moeder van honden niks weten,
een goudvis is prima, een schildpad oké,
maar een hond gaat te ver – nee, dat kan ik vergeten
ik krijg zelfs geen kleintje, ze zegt gewoon nee.

Mamma, ik wil een hond,
eerder hou ik niet m’n mond,
o, ik wil het zo graag
en het liefst nog vandaag,
Mamma, toe mag ik een hond!

Bas van de buurvrouw, kan ik die niet krijgen?
Ik laat hem vaak uit en hij luistert naar mij.
O had ik toch maar zo’n hond van m’n eigen,
dan was ik wel zo verschrikkelijk blij.

Kees, zei m’n moeder, hou op met dat zeuren
jij krijgt je beest – dus ik dacht: o wat fijn,
gaat het nu eindelijk toch nog gebeuren
bleek het zo’n caviamormel te zijn.

Mamma, ik wil een hond,
eerder hou ik niet mijn mond
o, ik wil het zo graag
en het liefst nog vandaag
Mamma – toe mag ik een hond!

Goed, ik behandel dat beest als een hondje
maar ’t is een viespeuk, hij poept waar-ie loopt,
dus waste ik zorgzaam de stro van zijn kontje,
waardoor hij haast in de badkuip verzoop.

Langzamerhand ben ik aan hem gaan wennen,
hij loopt nu gewoon in m’n kamertje rond
en hij kan ook al een klein beetje zwemmen,
maar ’k wil toch eigenlijk liever een hond.

Mamma, ik wil een hond,
eerder hou ik niet mijn mond,
o, ik wil het zo graag
en het liefst nog vandaag
Mamma – toe mag ik een hond!