Thea Beckman

Thea Beckman 

Thea Beckman wilde als kind graag schrijfster worden of ontdekkingsreiziger.

Ze werd in 1923 geboren en was enig kind. Haar vader was kantoorbediende bij de Holland-Amerikalijn, maar werd in de crisisjaren ontslagen en raakte werkloos. Studeren was er daardoor voor Thea niet bij; daar was geen geld voor. Maar het was ook omdat Thea een meisje was en haar ouders vonden het vanzelfsprekend dat ze thuis mee zou helpen in de huishouding.

In het begin leek Thea zich daarbij neer te leggen; ze deed de afwas, werkte op kantoor en zorgde voor haar man en kinderen. Maar toen de kinderen eenmaal wat groter waren en ze meer tijd kreeg om te schrijven, was ze niet meer te stoppen.

Ze schreef meer dan dertig boeken en ging alsnog studeren. Met haar boeken won ze veel prijzen, waaronder Zilveren en Gouden Griffels en verschillende prijzen en eervolle vermeldingen van de Nederlandse Kinderjury.

Het werk van Thea Beckman is ‘geadopteerd’ door Kinderboekwinkel Moeder Aarde in Sittard. Hier kunnen ze je meer over haar boeken vertellen.

Boeken:

Interview

‘Ik ben dag en nacht met mijn vak bezig’ vertelt Thea Beckman. ‘Ik probeer zo goed mogelijk te schrijven. Ik tob, ik werk, ik schrap, ik verbeter, net zolang tot ik moet zeggen: “Beter kan ik niet. Hier liggen de grenzen van mijn talent.”‘

Waarom is schrijven zo leuk?

‘Ik houd van schrijven omdat ik het leven zo prachtig vind. Schrijven is voor mij een soort toevluchtsoord. En het is leuk als mensen je boeken graag lezen. Ik wil graag boeiende, leesbare boeken schrijven waaraan mijn lezers machtig veel plezier beleven. Kinderboeken schrijven is extra leuk omdat ik dol op kinderen ben en omdat ik nu zelf de boeken kan schrijven die ik vroeger graag als kind had willen lezen.’ Bijna de helft van Thea Beckmans boeken zijn historische romans.

Hoe kwam u ertoe om uw eerste historische roman te schrijven?

‘Op een gegeven las ik in een boek over kinderkruistochten. Ik vond het meteen een prachtig onderwerp en ben me erin gaan verdiepen. Zo ontstond Kruistocht in spijkerbroek. Een historisch boek schrijven is wel een hoop werk. Ik ben soms wel anderhalf jaar bezig met de voorstudie. Daarvoor ga ik vaak op reis. Voor Kruistocht ben ik naar Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Italië gereisd. Ik wilde alles zien zodat ik precies wist hoe ik de plaatsen moest beschrijven. Ook bestudeer ik voor mijn historische romans veel geschiedenisboeken, snuffel ik in archieven en bekijk ik plattegronden – ik wil geen geschiedkundige blunders maken. Mijn speurtocht levert me soms zoveel historisch materiaal op dat ik er meerdere boeken mee kan vullen. Zo schreef ik bijvoorbeeld drie boeken over Kampen: Hasse Simonsdochter, De Stomme van Kampen en Het wonder van Frieswijck.’

In veel van uw historische romans spelen ‘gewone mensen’ de hoofdrol. Waarom is dat?

‘In de geschiedenisboeken gaat het bijna altijd over veldheren, koningen, geleerden en andere belangrijke mensen die grote daden in hun leven hebben verricht. Maar over het gewone volk lees je bijna nooit wat, terwijl die mensen toch ook hun dromen en verlangens hadden en van alles meemaakten. Bovendien heeft over ‘gewone mensen’ schrijven ook nog een praktisch voordeel voor mij; omdat die mensen niet beroemd waren en niet in de geschiedenisboeken beschreven zijn, kan ik van alles over hen fantaseren terwijl je je met bestaande figuren altijd aan de feiten moet houden.’

Hoe gaat het schrijven verder in zijn werk?

‘Een goed boek schrijft zichzelf. Je moet het niet helemaal willen sturen, dan wordt het maakwerk. Ik weet als ik begin ook meestal niet hoe een verhaal gaat aflopen, en soms gaan de personages met me op de loop. Zij weten beter wat ze willen dan ik, zij zijn de baas en daarom laat ik ze altijd hun gang gaan. Zo ging Dolf uit Kruistocht in spijkerbroek tegen mijn wil in de ontvoerde kinderen terughalen. Maar verder is schrijven geen avontuurlijk beroep. Het is zelfs nogal saai. Je zit achter je schrijfmachine en je doet en beleeft niets anders dan wat je schrijft. Het is ook eigenlijk een heel eenzaam beroep. Alles gaat langs je heen, zelfs op de momenten dat je niet zit te schrijven, want dan luister je, bestudeer je, pluis je uit – allemaal voor dat ene boek waar je mee bezig bent. Zelfs tijdens het boodschappen doen of het stofzuigen ben ik er nog mee bezig!’

En hoe voelt het als het boek eenmaal af is?

‘Dat is een akelig gevoel! Anderhalf jaar heb ik aan niets anders lopen denken, van niets anders gedroomd, en opeens is het voorbij. Dan val ik in een diep gat.’

Radio-interview

Beluister hier een interview met Thea Beckman dat in 1995 werd uitgezonden op de radio, over haar jeugd, haar ouders, haar opleiding en de combinatie van het schrijver- en moederschap.