Mireille Geus

Mireille Geus  Mireille Geus schrijft haar hele leven al, van dagboek tot toneelstukken tot teksten voor Sesamstraat en boeken voor allerlei uitgeverijen voor kinderen van alle leeftijden en volwassenen. Ze helpt als schrijfcoach ook nieuwe schrijvers hun stem te vinden. Bij Lemniscaat verschenen onder meer het met een Gouden Griffel bekroonde jeugdboek Big, twee met Vlag en Wimpel bekroonde boeken en het lovend ontvangen Dans!. Haar werk verscheen in tien landen.
leven schrijft ze al, van toneelstukken
tot teksten voor Sesamstraat en boeken
voor allerlei uitgeverijen. Ze helpt
als schrijfcoach ook nieuwe schrijvers
hun stem te vinden. Bij Lemniscaat
verschenen onder meer het
met een Gouden Griffel bekroonde
jeugdboek Big en het lovend ontvangen
Dans!

Boeken:

Mireille Geus

Mireille Geus vertelde over haar eerste boek Virenzo en ik, én stelde speciaal voor de Lemniscaatkrant een zeven-stappenplan op: hoe schrijf je een spannend verhaal?

Mireille Geus is al lang bezig met de kunst van het schrijven. Als docente aan de Schrijversschool Amsterdam, een opleiding voor beginnende schrijvers, leert ze mensen hoe je een verhaal schrijft. Die interesse voor schrijven leidde tot haar jeugdboekendebuut.

Haar eerste roman heet Virenzo en ik en gaat over de twee vrienden Jan en Virenzo. Alles verandert als op een dag een zeilboot omslaat. Hoewel het eerder leest als een verhaal over een bijzondere vriendschap dan als een spannend boek, vroegen we haar toch, als deskundige, hoe je een spannend verhaal schrijft.

Stap één: soort spanning

Voor je begint met het schrijven, is het volgens Mireille belangrijk om te weten dat er twee belangrijke soorten spanning zijn. Ze legt uit in vaktermen: er is intellectuele spanning, zoals in detectives. De lezer gaat meedenken met het verhaal en wil weten hoe het afloopt.

Daarnaast is er emotionele spanning, waarbij de lezer gaat meeleven met de personages. ‘In soapseries gebruiken ze emotionele spanning. Je kijkt omdat je wilt weten hoe het verdergaat met de personen.’

Ook Virenzo en ik moet het van dit soort spanning hebben; er bestaat een nauwe band tussen de lezer en de figuren in het boek.

Stap twee: maak een plan, of niet

Er zijn volgens Mireille twee ‘stromingen’ in het schrijven. Je kunt met een klein idee beginnen te schrijven, maar ook kun je een plan opstellen, waarin je bepaalt wat er in elk hoofdstuk gebeurt. Mireille bedacht voor haar eigen boek eerst een aantal gebeurtenissen, maar tijdens het schrijven zijn er nog enkele dingen bijgekomen. ‘Ik vind het belangrijk dat je er als schrijver achter komt wat je een fijne werkwijze vindt. Maar ook al maak je een plan, dan heb je toch momenten dat je er dingetjes bij verzint, kleine vondsten zoals bijvoorbeeld iemand die steeds over zijn veters struikelt.’

Stap drie: onderzoek, leef je in

Voor historische boeken is het nodig veel onderzoek vooraf te doen om het verhaal realistisch te laten overkomen. Speelt het verhaal in het heden, dan moet je ook een vorm van onderzoek doen, namelijk door je in te leven in de personages.

Voor Mireille aan Virenzo en ik begon, heeft ze een jaar met het verhaal rondgelopen, onder andere om dat goed te doen. Om de hoofdpersonen geloofwaardig te maken kun je het beste een compleet beeld van ze hebben. ‘Je moet je hoofdpersonen goed kennen. Je moet er zelfs over nadenken van welke muziek ze houden. Wanneer je zo’n compleet beeld hebt, kun je makkelijker zeggen hoe iemand zou reageren in een bepaalde situatie.’

Stap vier: het begin

Nu komen we toe aan het schrijven. Voor je alles wat in je hoofd rondmaalt op papier zet, moet je bedenken dat je de aandacht van de lezer wilt trekken. ‘Zo laat mogelijk beginnen,’ is Mireilles advies; vlak voor de actie, vlak voor het spannend wordt. Het is wel lastig om precies het goede moment te vinden.

‘Bij Virenzo en ik ben ik daar wel even mee bezig geweest. Ik wilde iets laten zien van hun vriendschap, maar niet bladzijden lang. Het gaat namelijk niet over twee vrienden die samen van alles en nog wat beleven, maar over een bijzondere en hechte jongensvriendschap, die niet gebaseerd is op grote avonturen, maar op heel gewone, kleine dingen.’

Stap vijf: rekken

Een inleiding staat op papier, een verhaallijn is verzonnen en je weet precies hoe de personages zich gedragen. Er ontbreekt alleen nog iets; het is niet spannend. ‘In een spannend verhaal gebeuren vaak heel weinig spannende dingen. Door de situaties zorg je dat de fantasie van de lezer gaat werken.’ Het verhaal lang rekken en zo het verhaal opbouwen naar het spannende moment toe, is de oplossing. ‘We maken een verhaal over twee meisjes, Eveline en Ilse. Zij hebben al vijf jaar ruzie, en ze weten dat ze elkaar tegenkomen op een feestje. Zo’n verhaal kan best spannend zijn. Maar als je dan in de eerste regel zegt: “Ilse kwam binnen, ze zag Eveline staan en ze zei een vreselijk woord”, is de spanning weg. Je kunt de spanning opbouwen door te beginnen als een van de twee nog thuiszit. Ze bereidt zich voor op het feest, maar ze is zenuwachtig en haar panty scheurt. Als ze op dat feestje komt, is Ilse er nog niet. Eveline denkt: Als ik zo ga zitten, dan kan ik de deur in de gaten houden. En ze verzint wat ze zal zeggen. Ondertussen vindt de lezer het wel spannend, en hij wil weten hoe het verdergaat.’

Stap zes: doorzetten

Opeens lukt het niet meer; tot hier had je het wel verzonnen, maar over wat daarna kwam had je nog niet nagedacht. ‘Ik denk niet dat je moet stoppen op een moment waarop je het niet meer weet. Als je denkt: Nu moet er een bom ontploffen voor ik het weer weet, dan moet je juist blijven zitten.’ Met de pen in de hand zit je maar wat voor je uit te staren, en vervolgens wil je toch het bijltje erbij neergooien. Wat moet je doen in zo’n hopeloze situatie? ‘Dan moet je een beetje gaan jatten. Je kunt een film gaan kijken, of een boek gaan lezen. Daardoor krijg je weer inspiratie en kom je op nieuwe ideeën.’

Stap zeven: niet uitleggen

Het is toch gelukt: het verhaal is bijna af, er ontbreekt alleen nog een einde. Hoe schrijf je een mooi slot? ‘Virenzo en ik eindigde met een soort zucht. Het gaat allemaal wat langzamer, en je krijgt als lezer de tijd om even af te bouwen. Dat is zeker bij verhalen met emotionele spanning goed.’ Fataal voor de spanning van een verhaal, is het verhaal uitleggen. ‘Dat neemt voor mij alle spanning weg. Als niet alles is opgelost, moet de lezer het boek nog een keer lezen. Dan kan hij aan de hand van kleine, onopvallende zinnen proberen het verhaal wel te begrijpen.’

Als je na deze tips nog steeds niet snel een verhaal op papier krijgt, treur dan niet. Mireille ziet tijdens haar schrijftrainingen regelmatig mensen die niet uit hun verhaal komen en ook tijdens het schrijven van haar eigen boek kwamen de woorden niet altijd even snel. ‘Het lesgeven motiveert in zoverre dat je mensen ziet worstelen en moeilijk doen. En als ik dan thuis ben begonnen, denk ik: Ja, het mag best moeilijk zijn.’

Heleen & Thomas voor de Lemniscaatkrant