Piet Grobler

Piet Grobler 

Piet Grobler (Zuid-Afrika, 1959) studeerde theologie, journalistiek en grafische vormgeving en werkte jarenlang als redacteur en grafisch vormgever. Sinds 1996 is hij freelance kunstenaar en illustrator. Grobler heeft voor zijn werk talloze prijzen ontvangen in landen over de hele wereld, van Italië tot China. Bij Lemniscaat zijn al meerdere door Piet Grobler geïllustreerde boeken verschenen, waaronder Eén slokje kikker en Ballade van de Dood van Meinderts & Jekkers en het sprankelende Antonia waar ook de mooiste vogels in rondvliegen, van Anke de Vries.


Piet is geadopteerd door Kinderboekwinkel Kakelbont in Utrecht. In deze winkels kunnen ze je alles over hem vertellen en misschien loop je na een bezoekje wel met een gesigneerd exemplaar de deur uit!

Boeken:

Interview

 ‘Wij noemen een brommer in Zuid-Afrika een brompony’Interview met Piet Grobler 

Deze zomer werd voor het vierde jaar het werk van een Lemniscaatillustrator geëxposeerd in de Kunsthal in Rotterdam. De beurt was ditmaal aan de Zuid-Afrikaanse illustrator Piet Grobler. Piet Grobler woont en werkt in Zuid-Afrika, waar hij heel bijzondere illustraties maakt, waarin vaak dieren de hoofdrol spelen. Bij Lemniscaat verschenen van Groblers hand Dokter Me Di Cin, Het carnaval der dieren (naar het muziekstuk Carnaval des Animaux), en Eén slokje, Kikker!. Op de tentoonstelling waren tekeningen te zien uit Het carnaval der Dieren en Eén slokje, Kikker!. Speciaal voor de opening kwam Grobler naar de Kunsthal, waar we gezellig gebabbeld hebben over zijn boeken en vooral ook over zijn taal.

Al slenterend langs de ingelijste tekeningen vertelt Piet Grobler over het verhaal van Een slokje, Kikker!: ‘Het is een oude legende, een etnisch verhaal. De oorsprong is niet helemaal bekend. Het komt óf uit Afrika, óf het is een Maori-legende. Misschien komt het uit meerdere culturen, net als het Rooikappie-verhaal (Roodkapje). De legende is mij verteld en ik heb er toen een verhaaltje van gemaakt en mijn eigen karakters erbij gekozen. Het gaat over een kikker die al het water uit de omgeving opdrinkt. Alle andere dieren worden erg kwaad, want zij hebben ook dorst. De dieren beleggen een vergadering en daarna probeert ieder dier op z’n eigen manier om kikker het water uit te laten spugen. Het verkleurmannetjie – hoe noemen jullie die? kameleon? – houdt vliegjes voor kikkers bek. Als hij wil toehappen, moet hij z’n bek opendoen en zal al het water er vanzelf uit komen. Krokodil vertelt een heel droevig verhaal in de hoop dat Kikker zal gaan huilen, z’n bek daarbij zal openen en al het water zal uitspugen. De dieren proberen van alles, maar niets werkt. Uiteindelijk zijn het de palingen die succes hebben. Zij besluiten om Kikker te kietelen. Daar moet Kikker zo van lachen dat zijn bek opengaat en al het water terugstroomt naar waar het vandaan kwam. De boodschap van die story (verhaal) is dat je een probleem ook met humor kunt oplossen en niet alleen met hard optreden.’


Eén slokje, Kikker! kwam eerst in Nederland uit en pas later in Zuid-Afrika. Bij Het carnaval der dieren was het precies andersom. Philip de Vos, een Zuid-Afrikaanse dichter, schreef de tekst en Piet Grobler maakte er illustraties bij. In de Nederlandse versie staan de Zuid-Afrikaanse gedichten en de Nederlandse vertalingen naast elkaar en dat geeft een leuk effect. Zo kun je de verschillen maar vooral ook de overeenkomsten zien tussen Zuid-Afrikaans en Nederlands.


Piet Grobler spreekt zelf geen Nederlands, maar verstaat het wel voor het grootste deel. ‘Alleen als mensen heel vlug praten, vind ik het moeilijk om te volgen. Mijn opa komt uit Friesland. Ik ben met de taal groot geworden dus is het voor mij niet zo moeilijk om te volgen. Ik vind Nederlands wel komisch, maar waarschijnlijk vinden Nederlanders Zuid-Afrikaans ook heel grappig klinken. Er zijn woorden die in beide talen voorkomen, maar met een verschillende betekenis. Jullie zeggen bijvoorbeeld “motor” als jullie een soort snelle brommer bedoelen. Als wij het woord “motor” gebruiken bedoelen we een auto. Het woord “auto” gebruiken wij helemaal niet. We kennen jullie brommer wel als voorwerp, maar wij noemen dat een “brompony” in Zuid-Afrika.’


Na nog wat praten over vreemde situaties die ontstaan in een gesprek tussen een Nederlander en een Zuid-Afrikaan, komen we bij het onderwerp ‘keukens’ terecht. ‘Voor keuken gebruiken wij het woord “kombuis”. Ik heb begrepen dat dat woord bij jullie alleen voor een scheepskeuken wordt gebruikt. In het Zuid-Afrikaans is “kombuis” het enige woord voor keuken. Waarschijnlijk komt dat doordat de kolonisten eeuwen geleden met schepen naar Afrika zijn gekomen en uitsluitend over hun scheepskeuken spraken, niet over hun keuken thuis. Op die manier hebben de bewoners van Zuid-Afrika het woord overgenomen, zonder te weten dat er in Nederland een ander woord werd gebruikt voor een keuken in huis.’


Op de allerlaatste vraag of er hier nog meer boeken zullen verschijnen en of hij dan een tipje van de sluier voor ons wil oplichten, vertelt Piet Grobler dat zijn vrouw zwanger is en hun eerste kind in september geboren wordt. (Inmiddels is Piets dochter gezond en wel ter wereld gekomen, red.)
‘Ik moet dus eerst een nieuw boek voor mijn dochtertje Catharina schrijven. Misschien iets met “die krimpvarkie” – dat noemen jullie toch een egel? Wij noemen dat een krimpvarkie omdat hij ineenkrimpt als een bolletje – want die vind ik erg leuk. Verder heb ik nog geen ideeën om te verklappen voor jullie krant, maar wie weet wat er nog allemaal komt!’


Bij Lemniscaat verschenen van Piet Grobler: Het carnaval der dieren (met gedichten van Philip de Vos), Dokter Me Di Cin (prentenboek met een tekst van Robert Piumini) en Eén slokje, Kikker!


Kirsten