Joyce Pool

Joyce Pool 

Joyce Pool (Delft, 1962) volgde een opleiding aan de pedagogische academie en studeerde vervolgens onderwijskunde in Leiden. Ze woont tegenwoordig op Texel, waar ze maatschappijleer geeft op een middelbare school. Zij schreef eerder de lovend ontvangende historische jeugdromans Vals beschuldigd en Sisa, de  actuele jeugdboeken Blauw en Groeten uit Londen en de historische YA-roman De castraat. Kate Howard: Bloedlijn is haar eerste roman voor volwassenen.


www.joycepool.nl


Joyce Pool is geadopteerd door Boekhandel Het open boek in Den Burg Texel: daar kunnen ze je alles over haar vertellen en stap je na een bezoekje misschien wel met een gesigneerd exemplaar de deur uit!

Boeken:

Interview

‘Hier durven de mensen elkaar nauwelijks aan te raken’Interview met Joyce Pool over haar nieuwe jeugdroman Sisa 

Na haar debuut Vals beschuldigd is er nu een nieuw boek van de hand van schrijfster Joyce Pool. Sisa heet het, en het gaat over slavernij in Suriname. Heel wat anders dus dan de moord op Willem van Oranje, die ze in Vals beschuldigd beschreef. Op een mooie zondagochtend reisden we naar Texel, waar Joyce Pool woont, en vroegen haar tussen de schapen om opheldering.


In Sisa (‘Zuster’) wordt het vijftienjarige blanke meisje Map Overbeke van Raamsdonk gedwongen het oerwoud in te vluchten omdat de Fransen de plantage waar ze logeert overvallen. Eén van de huisslaven troont haar mee naar een dorp van weggelopen slaven (marrons). Maps ideeën over slavernij maken daar, in het dorp van de bosnegers, een grote verandering door; een vriendschap die ontstaat met een van de meisjes doet haar beseffen dat slaven geen minderwaardige mensen zijn, zoals de rijke planters (plantagebewoners) beweren.


Joyce Pool heeft een sterke band met Suriname, omdat dat het land is waar haar moeder is geboren. Nadat Joyce er op zeventienjarige leeftijd op vakantie was geweest, heeft ze zich lange tijd meer Surinaams gevoeld dan Nederlands. ‘De mensen zijn daar warm. Het is daar buiten heel warm, maar je wordt er ook meteen welkom geheten, je bent er gelijk thuis; mensen die je helemaal niet kent, omhelzen je zomaar. Hier is het zo dat je elkaar nauwelijks durft aan te raken.’


Aan haar uiterlijk is niet te zien dat Joyce van Surinaamse afkomst is, maar juist dáárdoor voelt ze zich op sommige momenten erg betrokken bij het land. ‘Het is toch een stukje van mezelf. Juist doordat je het aan mij niet ziet, word ik af en toe heel erg hard met mijn neus op de feiten gedrukt. Toen Seedorf, die voetballer, ooit eens een penalty miste, zei mijn Nederlandse zwager: “Die verdomde negerarrogantie ook altijd.” Maar hij had het wel ook over míjn voorouders, en dus had hij het op dat moment ook over een stuk van míj! Daar ben ik heel gevoelig in.’


De speciale band van Joyce met de slavernij wordt helemaal duidelijk als ze vertelt over haar moeder en de herkomst van haar achternaam. ‘Wat voortdurend in mijn achterhoofd heeft gespeeld is dat bij mij eigenlijk iets heel wonderlijks zit, want mijn moeder heeft haar slavennaam, “Hennep”, nog. Haar voorouders zijn slaven geweest en hebben op hennepplantages gewerkt. Toen was dat een grassoort waar heel stevig touw en zeildoek van werden gemaakt. De wetenschap dat ik via haar een band heb met de slavernij, heeft mij erg gestimuleerd om erover te schrijven. Het viel me bovendien op dat er weinig over slavernij is geschreven voor jongeren en omdat ik heel graag wil dat Nederlandse mensen beseffen dat ook dít een deel van de geschiedenis is, besloot ik er iets mee te doen,’ zegt Joyce. Ze is begonnen met informatie zoeken over het onderwerp. Hoewel het verhaal over Map fictief is, wilde ze de situaties in haar boek zo realistisch mogelijk beschrijven. ‘Op het moment dat je je verdiept in al die informatie voel je je echt een soort schatgraver. Het is net of je een speurtocht aan het doen bent in het verleden, en je komt de leukste dingen tegen. Research doen vind ik eigenlijk het leukste van het schrijven. Wel moet je ervoor waken dat je niet alleen maar bezig bent met lesjes geven in je verhaal, want dan haakt de lezer af. Dat speelt altijd mee als je het hebt over historische boeken. Ik vind de personages het allerbelangrijkst, ik wil een verhaal vertellen over mensen. Slavernij vind ik een systeem waar we absoluut wat meer over moeten weten, maar het gaat me in de eerste plaats om Map en de vriendschap die zij sluit met het bosnegermeisje Séry.’


Joyce begon tien jaar geleden met schrijven toen ze net op Texel was komen wonen. ‘Ik was afgestudeerd als onderwijskundige en ik had wel wat kunnen doen met onderwijs, maar dat wilde ik op dat moment niet. Dus toen dacht ik: ik kan óf zielig gaan doen, óf ik kan werk aannemen dat ik eigenlijk niet wil, óf ik kan iets gaan doen waar ik anders geen gelegenheid voor zou krijgen, en dat laatste was het schrijven. Dat ben ik toen gewoon gaan proberen en ik vond het erg leuk. Het was voor de mensen die mij kenden een donderslag bij heldere hemel. Ze wisten niet dat ik dat kon. Ikzelf wist het eigenlijk ook niet.’


Later ging Joyce ook lesgeven op een middelbare school, waar ze nu drie klassen heeft die ze met plezier maatschappijleer geeft. Om dat te kunnen combineren met het schrijverschap werkt ze maar twee dagen in de week. ‘Heel vaak gaat het schrijven ten koste van mijn baan als docente. Je hebt veel nakijkwerk, dus dat is wel eens een probleem.’ Lesgeven is wel iets wat ze heel leuk vindt om te doen en het werkt soms als inspiratiebron. Op school is ze bezig in een team, terwijl je schrijven alleen doet. Het is daarom wel eenzaam. Als we haar vragen om een keuze te maken tussen schrijven of lesgeven, moet ze dan ook lang nadenken. ‘Met het mes op de keel? Toevallig heb ik het er pas met één van mijn schrijfmaatjes over gehad – ik heb allemaal vriendinnen die ook met schrijven bezig zijn. Ik vroeg haar waar ze nou het liefst op terug zou willen kijken, waar ze nou het meest trots op zou zijn als ze vijfenzestig zou zijn: de “schrijfproducten” of het lesgeven. Ik denk dat voor mij dan toch de schrijfproducten belangrijker zouden zijn. Maar misschien zou er wel een gat achterblijven.’


Thomas & Joyce