Hans Post

Hans Post 

Hans Post werd geboren in Vlaardingen op 13 mei 1959. Tijdens zijn studie voor onderwijzer liep hij stage bij de educatieve dienst van Diergaarde Blijdorp; dat wil zeggen bij het Natuurhistorisch Museum dat toen nog in Blijdorp was gevestigd. Inmiddels is het Natuurhistorisch Museum al weer vele jaren weg uit Blijdorp en vestigde zich zelfstandig in Rotterdam.


Na zijn stage werkte Hans Post ruim twintig jaar in verschillende functies in Blijdorp. Hij gaf les aan talloze groepen leerlingen uit het basis- en voortgezet onderwijs, hield zich met vormgeving bezig en hielp mee bij tentoonstellingen. In Blijdorp werd hij hoofd van de educatieve dienst en kwam in het Managementteam. Daarnaast zat hij in de redactie van TamTam, het jeugdblad van het Wereld Natuurfonds.


Na de opening van het Oceanium is hij weggegaan bij Blijdorp en richtte zich op andere dingen. Hij schreef Van kop tot staart, dat werd geïllustreerd door Ingrid en Dieter Schubert. Samen met Kees Heij verkende hij Indonesië op zoek naar een mogelijk uitgestorven vogel en samen richtten ze de Stichting M&P WILCON ecoguide Fund op: een stichting die natuurbeschermingsprojecten op de Molukken ondersteunt.


In 2001 ging Hans Post werken bij de Gemeente Rotterdam als beleidsadviseur. Enkele jaren later werd hij hoofd van het directie bureau bij de dienst Jeugd Onderwijs en Samenleving. Naast zijn werk schrijft hij boeken en werkt aan de schelpencollectie van het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam. Ook reist hij graag; het liefst naar verre landen.

Boeken:

Interview

Over koppen en staarten en alles wat daartussen zitEen interview met Hans Post

Hans Post heeft twintig jaar in Diergaarde Blijdorp gewerkt. In zo’n lange tijd hoor en lees je een heleboel leuke verhalen en anekdotes over dieren. Over slakken die liefdespijltjes schieten, over bidsprinkhanen die tijdens het paren de kop van hun partner afbijten en over nijlpaarden die hun vloeibare poep met hun staart overal naartoe zwaaien. Als je dan al die verhalen aan elkaar knoopt, kan er ‘opeens’ een boek ontstaan.


In Van kop tot staart komen veel verschillende dieren aan de orde. Hun vreemde gewoontes en opvallende kenmerken worden verteld in kleine hoofdstukjes. Deze hoofdstukjes zijn ook weer bij elkaar gezet in grotere hoofdstukken met titels als ‘verleiden’, ‘zorgen voor de jongen’ en ‘grote schijterd’. Ineens blijkt dat er veel meer te weten is over bekende dieren dan je misschien dacht.


‘Sommige dieren zijn een beetje moeilijk om over te schrijven,’ vertelt Hans Post. ‘Het is wat smeuïger vertellen over een gorilla of een olifant, dan over een onbekende bacterie. Daar moet je echt iets leuks bij gaan verzinnen. Ik had geen zin om een boek te schrijven dat een soort biologieboek zou worden. Daar zit niemand op te wachten. Daarom schreef ik alleen de dingen op die kinderen volgens mij interessant vinden en willen weten.’


De tekeningen in het boek zijn gemaakt door Ingrid en Dieter Schubert. Zij hebben al vaker dieren getekend, zoals bijvoorbeeld in het prentenboek Van mug tot olifant. Hans Post heeft veel met hen overlegd tijdens het maken van het boek. ‘Het was belangrijk dat niet alleen de tekst, maar ook de illustraties in het boek leuk zouden zijn. We hebben in de beginfase gezamenlijk gezocht naar voorbeelden en tekeningen. Ingrid en Dieter willen altijd precies weten hoe een dier in elkaar zit, hoe hij eruitziet en hoe hij leeft. Ze nemen geen genoegen met alleen het woord kip of olifant.’


Als je met Hans Post praat, merk je dat hij een echte dierengek is en ontzettend veel van dieren weet; nog meer dan wat er allemaal in het boek verteld wordt. We kunnen dan ook nog meer boeken van hem verwachten in de toekomst. Na Van kop tot staart zal er een boek verschijnen dat Kriebelpoten gaat heten, geïllustreerd door Sandra Klaassen. In Kriebelpoten loopt de kat Lika door het huis en ontmoet een heleboel kleine beestjes. Om het verhaal heen staat allerlei informatie over de dieren. De naam van de kat bestaat uit de eerste lettergrepen van de namen van zijn dochters. ‘Ik had natuurlijk zo’n standaard poezennaam kunnen kiezen, maar dit vond ik leuker.’


Waarover Hans Post ook schrijft, zijn de spannende expedities die hij ondernomen heeft. ‘In 1880 is er een vogelsoort ontdekt: het bruijns boshoen, een vogel van ongeveer 40 centimeter lang die lijkt op een kruising tussen een kip en een kalkoen. Sinds 1938 is dat beest nergens meer gezien. Men dacht dat hij uitgestorven was. Nu dachten een collega van mij en ik: we gaan hem zoeken. We hebben een expeditie georganiseerd naar Waigeo. Dat is een eiland voor de kust van Irian Jaya, dat weer een deel is van Nieuw-Guinea. Daar hebben we gepraat met jagers en dorpsoudsten en hebben we een afbeelding van het bruijns boshoen laten zien. Slechts in een paar dorpen kon men zich vaag iets herinneren. Tijdens de tweede expeditie, een jaar later, gingen we de dorpen aan de buitenkant van het eiland af. Ook nu kregen we alleen vage aanwijzingen. Het derde jaar was het raak. Een jager had botten gevonden die van het bruijns boshoen bleken te zijn. Dus wij voor de derde keer ernaartoe. We hebben een geluid gehoord dat volgens de gidsen van het bruijns boshoen zou zijn. Maar we hebben hem niet in levenden lijve gezien. Het blijft een mysterie.’


Hans Post is van plan nog meer expedities te ondernemen. ‘In april vertrekken we naar Manado in Indonesië. We gaan daar proberen een natuurbeschermingsproject op te zetten, net als in Irian Jaya. We doen dat samen met Kris Tindige uit Indonesië. Zo helpen we elkaar bij het beschermen van de planten en de dieren en maken we nog leuke reizen ook. Er valt altijd wel ergens wat te ontdekken!’


Heleen & Kirsten