Philip Zimbardo

Philip Zimbardo 

Philip Zimbardo (New York City, 1933) was als straatschoffie in de Bronx al gefascineerd door alles waartoe een omgeving mensen kan aanzetten. Hij schopte het tot hoogleraar psychologie aan Stanford University en doceerde daarnaast aan de universiteiten van Yale, New York en Columbia. In de zomer van 1971 liet hij aan Stanford een gevangenis nabouwen voor een experiment dat hem zowel wereldberoemd als berucht zou maken.


Tegenwoordig is hij directeur van het Stanford Center on Interdisciplinary Policy, Education and Research on Terrorism.  In 2004 was hij getuige-deskundige voor een Amerikaanse militair die beschuldigd werd van misdaden tegen de menselijkheid in Abu Ghraib.


De website www.prisonexperiment.org geeft een huiveringwekkende beeldregistratie van het experiment.

Boeken:

Interview

Van kwaad en erger

WAT HAALT HET SLECHTSTE IN DE MENS TELKENS WEER NAAR BOVEN?


BRUSSEL – Twee weken geleden dook een filmpje op van een Israëlische militair die suggestief rond een geblinddoekte Palestijnse stond te dansen. Waarom neigen gewone mensen naar het kwaad in een gesloten systeem? De Amerikaanse sociaal psycholoog Philip Zimbardo schreef er zijn levenswerk over.


De Standaard 19/10/2010


Van onze redacteur Geert Sels


Het filmpje stond op Youtube, en het Israëlische leger heeft er een onderzoek naar opgestart. Het is de jongste in een serie beschamende video’s en foto’s die op het internet worden gezet en waarin Israëlische militairen Palestijnen vernederen.


In het filmpje is een vrouw te zien die tegen een muur staat. Ze draagt een hoofddoek en een lang zwart gewaad. Op de achtergrond is luide Arabische muziek te horen, waarop de militair staat te dansen. Hij springt om de vrouw heen en maakt een reeks suggestieve bewegingen. Als het filmpje authentiek zou zijn, is het de eerste video waarin een Palestijnse vrouw wordt vernederd. In de Arabische gemeenschap is dat een zwaarbeladen thema.


Het is het zoveelste voorbeeld van mensen die zichzelf te buiten gaan als ze macht hebben in een gesloten systeem, met weinig controle. ‘Een karaktertransformatie’, noemt de Amerikaanse sociaal psycholoog Philip Zimbardo dat. Hij is 77 ondertussen; drie jaar geleden gaf hij zijn afscheidslezing aan Stanford University, in Palo Alto. Al zijn kennis over het onderwerp heeft hij bij elkaar geschreven in Het Lucifer effect, naar de ommekeer die Gods lievelingsengel Lucifer maakte toen hij de partij van Satan koos.


Van Zimbardo kan men moeilijk beweren dat hij het ijzer smeedde toen het heet was. Als jonge doctor zette hij in 1971 het Stanford Prison Experiment op, dat zo choqueerde dat het wereldwijd bekend werd. Toch zou hij pas 35 jaar later al zijn kennis en inzicht aan het papier toevertrouwen.


‘Ik was verantwoordelijk voor het experiment’, zegt hij aan de telefoon vanuit Californië. ‘Het is door mij opgezet en ik heb het moeten stopzetten. De fout die ik maakte, was dat ik samen met drie studenten de volledige monitoring op me nam, een week lang, dag en nacht. Dat was veel te weinig. Daardoor heb ik niet kunnen verhinderen dat enkele deelnemers zich boosaardig begonnen te gedragen en anderen leed berokkenden. Niet alleen schuld en schaamte hielden me al die tijd tegen. Uit het experiment kwamen zoveel afgeleide onderwerpen, zoals gevangenschap en verlegenheid, dat ik er bijna mijn hele professionele loopbaan mee bezig was.’


Abu Ghraib
Toen doken in 2004 de ‘prijsfoto’s’ op van gevangenen in Abu Ghraib. Net als kolonialen die poseerden bij een neergeschoten olifant, stonden Amerikaanse bewakers manhaftig te glunderen bij hun trofee: Irakese gevangenen. Ze hadden hen in mensonterende situaties gemanoeuvreerd en hen vernederende handelingen laten uitvoeren. Kennelijk vonden ze het de moeite hun activiteiten te fotograferen.


Het waren gruwelijke beelden, met gevangenen die tot een piramide opgestapeld werden en Amerikaanse soldaten die er bovenop sprongen. Een vrouwelijke soldaat sleurde een gevangene voort die een hondenriem om de nek droeg. Naakte gevangenen werden gedwongen zich te masturberen in aanwezigheid van een sigarettenrokende, vrouwelijke soldaat. Een man met een zak over zijn hoofd kreeg bedrading aan zijn vingers, tenen en penis om een elektrocutie te simuleren. De draden waren niet aangesloten, maar de man stond doodsangsten uit. Nog een naakte man, handen achter het hoofd, werd in het nauw gedreven door een stel blaffende Duitse herders zonder muilkorf.


Een golf van verontwaardiging ging de wereld rond. ‘Het zijn maar een paar rotte appels’, haastte de toenmalige Amerikaanse president George Bush zich. Maar Philip Zimbardo wist beter. Hij was er rotsvast van overtuigd dat heel het systeem niet deugde. Soortgelijke beelden had hij namelijk al eens eerder gezien: in zijn eigen Stanford Prison Experiment.


Hoe iemands karakter onder bepaalde omstandigheden kon transformeren, dat was wat Zimbardo wou achterhalen in zijn experiment. Van jongsaf had hij het in zijn omgeving zien gebeuren. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was en waarom het telkens opnieuw gebeurde. ‘Ik ben opgegroeid in een arme wijk in de Bronx, in New York’, zegt hij. ‘Om me heen zag ik niets anders dan slechtheid en mislukking. Het was vechten, stelen en slaan om je staande te houden. Hoe vaak heb ik niet gezien dat jongeren, in wezen goede, normale kinderen, de weg van het kwaad opgingen. Dat wou ik onderzoeken in een testsituatie. Wat zou er gebeuren als je geprivilegieerde mensen in een getto bijeenzette?’


Die geprivilegieerde mensen vond Zimbardo om zich heen, bij de studenten die overwegend uit de middenklasse kwamen. Hij selecteerde 24 jonge mannen, stuk voor stuk gezonde en evenwichtige studenten. In een nagebootste gevangenis in de universiteitskelders verdeelden ze zich willekeurig in bewakers en gevangenen. Twee weken zou het rollenspel duren, maar na zes dagen werd het al afgeblazen. Bewakers identificeerden zich zodanig met hun rol dat ze plezier kregen in het vernederen en het pijnigen van anderen. Sommige van de gevangenen stortten in, deels uit vermoeidheid en deels omdat ze geen verweer hadden tegen de emotionele ontregeling.


De gevangenen waren dan ook tot het uiterste beproefd. Ze droegen een schortjurk en kregen een vrouwenpanty op hun hoofd. Tijdens steeds langer wordende appels moesten ze de nummers van hun medegevangenen voor- en achteruit opdreunen. Ze zaten in eenzame opsluiting en moesten kikkersprongen doen. Bewakers gingen op hun rug staan terwijl ze zich opdrukten. Spelletjes haasje-over ontaardden in seksuele standjes op zijn hondjes. Maar het ergst was de nacht. Onttrokken aan controle deelden de bewakers lukraak sadistische straffen uit.


De kracht van de situatie
Waarom verliest de mens zich telkens opnieuw in dit soort ongein? ‘Als ik iets heb ontdekt’, zegt Zimbardo, ‘dan is het dat individuele aanleg en omgevingsfactoren met elkaar in dialectiek gaan. Ik ben een situationist. Vaak heeft men het kwaad proberen te verklaren vanuit een persoonlijk falen of een ziekelijke aanleg. Dat is me te smal. Goede mensen kunnen in moordenaars veranderen zonder dat er spake is van boos opzet, als ze door de omstandigheden onder druk worden gezet. Daarom hou ik rekening met de sociale, economische en politieke krachten die mee in het geding zijn. Mijn punt is dat we ons bewuster moeten zijn van de kracht van de omstandigheden.’


Van groot belang in Zimbardo’s betoog zijn de ‘totale situaties’. Dat zijn omstandigheden waarin een groep mensen samen een gesloten systeem vormen. Ze sluiten zich af van de samenleving en richten zich naar regels die van bovenuit worden opgelegd. Er is een duidelijke scheidslijn tussen dominante en onderdanige groepsleden. ‘Zo zijn er tal van voorbeelden’, zegt Zimbardo. ‘Gevangenissen, het leger, politiekorpsen, maar denk zeker ook aan de rituelen waarmee nieuwe studenten worden ontgroend. Zelf deed ik onderzoek bij de getuigen van destructieve sekten, zoals de Peoples Temple van Jim Jones. Op grote schaal zijn er de massamoorden in Rwanda en Srebrenica.’


Het recentste voorbeeld is het kerkschandaal. ‘De ingrediënten zijn dezelfde’, zegt Zimbardo. ‘Een gemeenschap die zijn eigen regels heeft, weinig toezicht, geestelijken naar wie opgekeken wordt en kinderen zonder verweer. Misbruiken zijn alleen maar te vermijden door toezicht, door in de opleiding te wijzen op de gevaren van macht en door duidelijk te sanctioneren. De militairen van Abu Ghraib kwamen ermee weg. Dat geeft anderen een vrijgeleide om het opnieuw te doen.


Philip Zimbardo, ‘Het Lucifer effect’, Lemniscaat, 684 p, 27,95 euro


De Standaard 19/10/2010