Andersen

Hans Christiaan Andersen & Jan Jutte

ISBN: 9789047702726 | Uitvoering: Gebonden | Prijs: € 29,95
Vertaler(s): Annelies van Hees

Het onmisbare, kleurrijke, fantastische sprookjesboek

Het lelijke jonge eendje. De prinses op de erwt. De Chinese nachtegaal. De rode schoentjes. Het meisje met de zwavelstokjes. De nieuwe kleren van de keizer. De sneeuwkoningin. De kleine zeemeermin. Het tinnen soldaatje. Klaas Vaak… Het zijn sprookjes met titels die klinken als klokken. Verhalen waarmee we al generaties lang opgroeien en die onze verbeelding en zinnen prikkelen. Allemaal komen ze uit de ganzenveer van één groot kunstenaar, die leefde in de negentiende eeuw: Hans Christian Andersen.


Een ander groot kunstenaar, die leeft in de eenentwintigste eeuw, Jan Jutte, heeft met zijn ganzenveer – en potloden, penselen, inkt, verf en digitale technieken – de sprookjes die iedereen kent een nieuwe gedaante gegeven.


De drievoudig Gouden Penseel-winnaar overtreft zichzelf in zijn interpretatie van de klassieke sprookjes. In stevige lijnen en subtiele kleuren zet hij prenten neer waarmee elk sprookje tot een icoon wordt. Het resultaat is een sprookjesbundel met eeuwigheidswaarde.

Andersen

Sprookjes

‘Jan Jutte is erin geslaagd om de sprookjes zó te verbeelden, dat ze een nieuwe generatie kinderen aanspreken.’
De Twentse Courant / Tubantia


In sprookjes kan alles, dus in de tekeningen ook en daar maakt Jutte volop gebruik van. Dan weer vrolijk en uitbunding en lekker gek, maar ook ingetogen en stemmig of confronterend. De vormgeving van Ab Bol draagt in grote mate bij aan het resultaat, over iedere pagina lijkt zorgvuldig nagedacht. Dit boek wil je meteen hebben als je het ziet, als liefde op het eerste gezicht. Om eindeloos in te blijven grasduinen, (stukjes) van verhalen (voor) te lezen en te genieten van de prenten.’
Jaapleest gaf het boek een 9


‘De sprookjes kunnen weer een decennium mee. Jan Jutte werkte jaren aan de illustraties die alle hoeken van zijn artistieke vermogens opzoeken.’
NRC Handelsblad


‘Wie gevoelig is voor de magie van verhalen vertellen en (voor)lezen, heeft aan ‘de nieuwe Andersen’ een stevige kluif. Gecombineerd met de fraaie illustraties van drievoudig Gouden Penseel-winnaar Jan Jutte leveren Andersens verhalen een boek op dat zonder meer hebberig maakt.’
**** De Limburger


‘Een kloek verzamel- en bewaarboek dat nooit verveelt. Met verhalen voor jong en oud die altijd blijven en oogstrelende illustratoes.’
Een boekje open


**** Kidsweek


‘deze vertaling lijkt me zeer geslaagd te noemen. Het boek ziet er prachtig uit. De tekeningen van illustrator Jan Jutte (driemaal winnaar van het Gouden Penseel) zien er prachtig uit en zijn soms, als het sprookje daarom vraagt, lekker griezelig te noemen. …Hulde aan de uitgever die zoiets op deze manier durft aan te pakken. Dit boek mag in geen boekenkast ontbreken!’
Circe Wicca


Over de auteur

Hans Christian Andersen (Denemarken, 1805-1875) was de zoon van een arme schoenlapper en wasvrouw. Op veertienjarige leeftijd verliet hij het ouderlijk huis met de mededeling dat hij beroemd ging worden. Dankzij een rijke beschermheer kon hij in Kopenhagen studeren en zijn schrijverscarrière uitbouwen. Zijn toneelstukken en romans kenden geen succes, maar zijn sprookjes maakten hem onsterfelijk. Hij was geregeld te gast bij vorsten en adellijke families. Zijn autobiografie die in 1847 verscheen noemde hij Het sprookje van mijn leven.


In 1835 publiceerde Andersen zijn eerste bundeltje met vier sprookjes. De titel, Sprookjes verteld voor kinderen, was bedoeld om de kritiek bij voorbaat in de kiem te smoren. Hetzelfde jaar al volgde een tweede bundel. In totaal schreef Andersen 156 sprookjes. De meeste daarvan zijn cultuursprookjes, dat wil zeggen dat hij ze niet ontleende aan de mondelinge overlevering maar ze zelf bedacht. Wel maakte hij gebruik van bekende sprookjesmotieven en -structuren. Hij gaf zijn sprookjesfiguren een eigen persoonlijkheid en vulde ze in met ervaringen uit zijn eigen leven. In ‘Het lelijke jonge eendje’ vertelde hij zijn eigen levensverhaal – het geeft niet als je tussen eenden geboren wordt, als je maar uit een zwanenei komt – maar het heeft ook iets universeels. Elke lezer zal iets herkennen in het lelijke eendje dat verstoten wordt, maar uiteindelijk uitgroeit tot een mooie zwaan.


Nieuw in de sprookjeswereld is Andersens introductie van voorwerpen uit de realiteit die hij een eigen leven en gevoelens gaf, zoals het tinnen soldaatje of de bal of de tol.


In zijn meeste sprookjes voegde hij symbolische, allegorische en religieuze elementen toe. Anders dan de volkssprookjes hebben de sprookjes van Andersen geregeld een open, tragisch slot. Het meisje met de zwavelstokjes vriest dood in de kerstnacht, maar samen met haar grootmoeder vliegt ze ‘in glans en vreugde naar Gods rijk’.


Typerend zijn de ironische en satirische toespelingen in sommige van zijn sprookjes: de trotse keizer zet hij in zijn blootje en de verwende prinses wil voor wat speelgoed zelfs een varkenshoeder kussen. Uiteindelijk zit de echte adel binnenin, zoals bij het lelijke jonge eendje.


Andersens sprookjes zijn in meer dan honderd talen vertaald en inspireerden tal van illustratoren.


Bron: Encyclopedie van de jeugdliteratuur, onder redactie van Jan van Coillie, Joke Linders, Selma Niewold, Jos Staal, uitgeverij De Fontein

Over de illustrator

Jan Jutte is illustrator van talloze prentenboeken. Hij won al driemaal het Gouden Penseel, onder meer voor het bij Lemniscaat verschenen Een muts voor de maan van Sjoerd Kuyper. Bij Lemniscaat verschenen onder andere Het geheugen van een olifant bij een tekst van Wessel Sandtke, en zijn meesterwerk: Andersen.