Sport als levenskunst

Marc Van den Bossche

ISBN: 9789047703297 | Uitvoering: Paperback | Prijs: € 19,95

‘Een bruisende geest in een bruisend lichaam’, zo herformuleert Marc Van den Bossche het aloude adagium. Hij geniet van de wilde ideeën die hij krijgt tijdens de lijfelijke worsteling van het hardlopen of fietsen. De zoektocht naar het goede leven, waardoor de Oude Grieken al gedreven werden, heeft alles te maken met zelfzorg, wat betekent: zorg voor lichaam en geest. Sport als levenskunst.


Fragment uit Sport als levenskunst:
‘Ik durf er een stevig paar pinten op te verwedden dat u na een halve of hele marathon of de beklimming van de Mont Ventoux de volgende vraag krijgt: “En, in welke tijd hebt u dat gedaan?” Zelden zal iemand in een eerste reactie peilen naar uw subjectieve beleving met een vraag waarop u zou kunnen antwoorden: “Genoten, mens, genoten dat ik heb! Seks is het niet, maar het lijkt er verdorie toch goed op.” Ziet u al het podium waarop de grootste genieters bekroond worden?’
– Marc Van den Bossche


‘Eigenlijk ben ik jaloers op de fietsende filosoof Marc Van den Bossche. Zoals die in zijn boek Wielrennen zijn duursportverslaving met alle gevolgen van dien integreert in een filosofische dienst baarheid, die ook nog eens lijkt uit te monden in een wereldverbeterend pragmatisme, is ongekend. O, zulke zinnen opschrijven en dan sterven, dat lijkt
me het summum.’
— Peter Winnen in De Groene Amsterdammer


‘Een must voor elke fietser’, Louise Cornelis in Fiets

Sport als levenskunst

Filosofie

Recensies

Wij zijn geworpen, maar ontwerpen ook zelf

Westerlingen zien zichzelf liefst als rationele wezens. Ten onrechte, zegt de Brusselse filosoof Marc Van den Bossche. „Onze lichamelijkheid is onze primaire toestand en daar kun je aan werken. Door te sporten.”


Trouw 01-02-2011, Peter Henk Steenhuis


Afgelopen jaar liepen ruim 22.000 mensen de marathon van Rotterdam. Komend jaar, zo meldt de website van de marathon ‘gaan we allemaal weer voor een nog groter en beter loopfeest! Beleef het mee, en zorg dat je erbij bent’.


Wie die marathon inderdaad wil meebeleven is nu al in training om het ultieme doel te halen: 42 kilometer in Rotterdam, waarvan je de eerste dertig cadeau krijgt, maar die laatste twaalf door een hel gaat. En toch zullen dit jaar weer meer deelnemers in Rotterdam verschijnen dan vorig jaar. Hoe kan dat? Waarom beulen mensen zich zo af?


Marc Van den Bossche, hoofddocent filosofie aan de Vrije Universiteit Brussel, zou deze training geen afbeulen noemen, want hard trainen is naar zijn idee geen straf maar past bij een hedendaagse levenskunst. In zijn boek ‘Sport als levenskunst’ beschrijft hij zijn eigen ‘inspanningsverslaving’ – „gezonder en lijf. Vriendelijker dan alcohol of andere drugs” – en brengt hij onder woorden waarom sport de kwaliteit van ons leven zou kunnen verbeteren.


„Het begrip levenskunst”, zegt Van den Bossche, „komen we al tegen bij Griekse filosofen. Voor hen was het vanzelfsprekend dat bij de zoektocht naar het goede leven ook het lichaam betrokken werd. Voor de Grieken betekende werken aan het lichaam werken aan de geest. En omgekeerd. In onze westerse intellectuele traditie zijn lichaam en geest van elkaar gescheiden.”


Schuld van de kerk, die het lichaam als iets zondigs beschouwde. „Dat is te makkelijk. Zeker, het lichaam was zondig en de bekoring van vlees was groot. Maar ik zou ook de hand in de eigen boezem van de wijsbegeerte willen steken. Vanaf Rene Descartes speelt het lichamelijke in de filosofie een ondergeschikte rol.


„Descartes streefde naar zekerheid. Om die te bereiken trok hij alles in twijfel. Er was maar een ding waar hij niet aan twijfelde: Tk denk dus ik besta’. Dit is de meest aangehaalde zin uit de moderne westerse wijsbegeerte. In deze definitie van het bestaan bestaat het lichaam niet. In zijn drang naar zekerheid, naar controle, naar beheersing, naar wiskundige formules komen zaken die je niet onder controle kunt krijgen, zoals emoties en lijfelijke ervaringen, op afstand te staan.”


Soit. Waarom heb ik dat lijf nodig, ik hoef toch niet meer te gaan jagen? „Dat is nu net het probleem. We ontdekken dat heel wat beschavingsziektes, van slapeloosheid tot depressiviteit, te maken hebben met onze weggecijferde lichamelijkheid. Het is niet zo dat wij rationele wezens zijn en dat ons lichaam een lastig obstakel is.


„Recente ontwikkelingen in de neurowetenschappen laten zien dat het lichaam nu juist onze primaire toegang tot de wereld vormt. Wij hebben vaak reacties die puur lichamelijk zijn ingegeven, nog voordat ons brein echt rationeel aan de slag gaat. Als hier plots een brullende leeuw mijn werkkamer binnenstormt» dan reageert eerst mijn lichaam. Het brengt een hormonale reactie teweeg die bij mij de reflex tot vluchten opwekt. Fracties later pas dringt het door tot mijn rationele bewustzijn.”


Deze bevindingen uit de neurowetenschappen tonen het ongelijk van Descartes aan? ,Ja. Niet ons denkende ik, maar onze lichamelijke bepaaldheid is onze primaire toestand. Stel je iemand voor die op de hectische beurs zijn geld verdient. En stel je dezelfde persoon vervolgens voor als hij een week vrij heeft en op het strand ligt met zijn vriendin. Je hebt nu te maken met dezelfde persoon met mogelijk dezelfde gedachten, maar toch maken die twee verschillende sferen dat hij totaal anders gestemd is. Onze westerse wijsbegeerte is activistisch ingesteld, heeft weinig oog voor wat ons aangedaan wordt. Sferen maak je niet, je ondergaat ze. En daar houdt de filosofie nauwelijks rekening mee.”


Wij zijn willoze slachtoffers! „Nee. Je kunt oefenen, leren omgaan met de omstandigheden. Dat kan door sporten. Wie sport weet dat na een uur hardlopen of twee uur fietsen een roes wordt opgewekt, een geluksgevoel waarmee je je kunt wapenen tegen invloeden van de omgeving.


„0f minder negatief gezegd, waardoor je beter afgestemd kunt raken, op je omgeving. Als je aanvaardt dat onze lichamelijkheid onze primaire toestand is waarmee we in het leven staan, dan kun je daar door middel van sport aan werken.”


U praat niet over kunstschaatsen. „Daar heb ik geen ervaring mee. Nee, het gaat mij nu om duursport, hard- lopen, fietsen. Lang aangehouden inspanning zorgt ervoor dat er stoffen in je hoofd ontstaan die voor een gevoel van blijheid en rust zorgen.”


Dan kun je ook pillen nemen. „Die werken na een tijdje niet meer. Je kunt ook bier drinken, maar om hetzelfde effect te bereiken heb je eerst aan een pint genoeg en later aan twee, weer later vijf. Geef mij maar sport, dat is toch iets gezonder.”


Goed, dan maar Rotterdam. Hoe lang mag ik over die marathon doen? Vier uur, of is dat al te lang? „Zo lang als u wilt. U raakt nu aan een ander punt dat ik in mijn boek aanstip. Onze beheersing van de natuur heeft ook tot een fixatie op techniek geleid. We willen alles berekenen en de berekeningen vergelijken. Als een Picasso meer waard is dan een Van Gogh betekent dit dan ook dat Picasso betere kunst maakte dan Van Gogh? Nee, kunst ervaar je. Kunst verleent betekenis aan je leven. Zo wil ik sport ook benaderen.”


Dat is niet makkelijk. „Nee. Na het lopen van een marathon of het beklimmen van de Mont Ventoux krijg je steevast de volgende vraag: En, in welke tijd hebt u dat gedaan? Zelden zal iemand in een eerste reactie mijn subjectieve beleving peilen met een vraag waarop ik zou kunnen antwoorden: Genoten, mens, genoten dat ik heb! Seks is het niet, maar het lijkt er verdorie toch goed op.


„Dat is een soort waardering dat zich niet in cijfertjes laat uitdrukken. Het is iets van mij zelf. Het valt moeilijk te vergelijken met de beleving van anderen. Sport heeft in mijn beleving niets van doen met tijden en cijfers. Sterker nog, die hele marathon doet er eigenlijk niet toe. Het gaat mij om die training, dat u zichzelf gedwongen hebt in de winter naar buiten te gaan in plaats van voor de televisie te zitten, dat u op uw rust let, op uw eten. Dat is de rol van sport in levenskunst.”


Hoe kan het dat we nu steeds meer oog krijgen voor sport en levenskunst? Niemand heeft tijd en toch staan er elk jaar meer mensen aan de start van loopwedstrijden. „Levenskunst danken we aan de ontzuiling. De traditionele zingeving skaders zijn weggevallen, waardoor ruimte is ontstaan om onbevooroordeeld ons eigen leven vorm te geven en bijvoorbeeld Op zondag te gaan rennen in plaats van in de kerkbanken plaats te nemen. De marathon van Rotterdam is ook dit jaar weer op een zondag – vroeger konden mensen daar onmogelijk aan meedoen.”


Dankzij de ontzuiling kunnen wij ons leven nu echt zelf inrichten. „Ik,zou daar graag bevestigend op willen antwoorden, maar dit is helaas te positief gesteld. In mijn boek ga ik daar ook op in. Het menselijke zijn is een voortdurende evenwichtsoefening tussen wat de Duitse filosoof Martin Heidegger enerzijds ‘de geworpenheid’ en anderzijds ‘het ontwerp’ noemt. De eerste term slaat op wat je meekrijgt en waar je niet of nauwelijks aan kunt ontsnappen. Je genetische bepaaldheid is daar een voorbeeld van. Binnen die context van bepaaldheid heeft de mens echter ook wel degelijk een ontwerpkarakter. Goed, de kaarten zijn gedeeld, maar ik kan toch nog steeds op een bewuste en doordachte manier het spel spelen, wat zeker ook betekent: inspelen op de toevalligheden die nu eenmaal deel uitmaken van een spel.”


Tijdens het schrijven van dit boek over levenskunst is ook Uw kaartspel door elkaar geschud. U heeft beroerde kaarten getrokken. „Een dag nadat ik het manuscript klaar had, kregen wij het nieuws te horen dat mijn vriendin aan kanker lijdt. Korte tijd later hoorden wij dat deze kanker ongeneeslijk is; zij zal nooit meer volledig herstellen. De geworpenheid is nu scherp gesteld. Schrijf je een heel boek over zelfcreatie, over het vormgeven van je leven door middel van sport, en ineens wordt je leven volkomen vormgegeven en verandert je ganse perspectief. Dan sta je nogal sprakeloos.”


Kan sport helpen daarmee om te gaan? „Een paar weken geleden sprak ik een man die sinds 1989 in een rol- stoel zit. Hij zei: Ik had een zwaar ongeluk en raakte verlamd. Je kunt zeggen: mijn leven is om zeep, want ik kan heel veel niet meer. Je kunt het ook omdraaien: welke mogelijkheden zijn er nog? Die houding is een voorbeeld van levenskunst. Mijn vriendin heeft die houding ook. Ze zegt: Ik “ben ziek, maar ik laat mij niet gaan, op welke manier gaan we het maximum uit dit leven halen? „En ook nu weer, ze heeft problemen met een chemotherapie. Toch zegt zij: dit is een stap op weg naar beter. Zo zou je levenskunst kunnen definieren: een stap op weg naar beter. Ik bewonder die houding. Zelf ben Ik geneigd somber te worden, bij de pakken te gaan neerzitten. Om ook met deze toestand te leren omgaan, probeer ik toch zoveel mogelijk te sporten.”


Marc Van den Bossche: Sport als levenskunst. Lemniscaat, Rotterdam. ISBN 9789047703297; 168 blz, €19,95.

Over de auteur

Marc van den Bossche (1960) is de schrijver van Wielrennen (2005), Het pathos van
het denken 
(2004) en Ironie en solidariteit (2001). Hij is hoofddocent filosofie aan de Vrije Universiteit Brussel en schreef over filosofie en sport voor bladen als Filosofie Magazine en De Morgen.