Verhalen van de boze heks

Hanna Kraan & Annemarie van Haeringen

ISBN: 9789060697924 | Uitvoering: Gebonden | Prijs: € 14,95

Geniet van de verhalen van de boze heks

In het bos woont de boze heks. Ze heet de boze heks omdat ze meestal een verschrikkelijk humeur heeft. Dan rent ze razend en tierend door het bos en tovert ieder dier om dat ze op haar weg tegenkomt. Op een dag verzinnen de dieren een list om de heks voor een tijdje het bos uit te krijgen. Deze list lukt en eindelijk kunnen ze nu rustig buiten lopen. Maar ze beginnen zich algauw te vervelen. Het is gewoon saai zonder heks…

Verhalen van de boze heks

Jeugd

Inkijkfragment

Over de auteur

Hanna Kraan (1946-2011) werkte jarenlang als docente Italiaans aan het conservatorium van Rotterdam. Ze begon met schrijven voor het tijdschrift Boerderij, waarvoor ze korte verhaaltjes over dieren schreef: een haas, een egel, een merel en een uil. Toen ze stopte bij het tijdschrift bewerkte ze haar verhalen voor een voorleesbundel. Dit eerste boek, Verhalen van de boze heks, verscheen in 1990 bij Lemniscaat en is nog altijd haar meest succesvolle boek.


Daarna volgden nog vijf delen met verhalen over de boze heks én de verzamelbundel Hier is de boze heks, onnavolgbaar geïllustreerd door Annemarie van Haeringen. De verhalen van de boze heks werden ook bewerkt voor televisie, en zijn de langstlopende serie op zondagochtend bij de VPRO geweest.


Na de boeken over de boze heks begon Hanna Kraan met verhalen over de eekhoorn Krik en zijn vrienden Domper en Melle. eze boeken zijn zeer geliefd; de eerste twee delen werden genomineerd voor de Prijs van de Nederlandse Kinderjury. Hanna Kraan schreef ook een bundel vrolijke Sinterklaasverhalen: Dansen op het dak.


www.debozeheks.nl 

Over de illustrator

Annemarie van Haeringen werd op 16 februari 1959 in Haarlem geboren. Als kind was ze ‘absurd verlegen’ en vanwege deze eigenschap denkt ze ook in het tekenvak beland te zijn. ‘Dan hoef ik niet zoveel te zeggen’. Na de middelbare school ging ze naar de Nieuwe Lerarenopleiding, het Moller Instituut te Tilburg, waar ze haar bevoegdheid voor tekenen en handvaardigheid behaalde.


Omdat ze sterk aangetrokken werd door het maken van figuratief werk, ging ze daarna naar de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam, waar zij twee jaar de illustratie-opleiding volgde. Nu illustreert ze werk van andere schrijvers en maakt ze eigen prentenboeken.


Ze illustreert met pen, inkt, aquarel, potlood en gemengde technieken. De reacties die kinderen op haar werk hebben, vindt ze erg belangrijk. ‘Wanneer kinderen bijvoorbeeld zeggen: Waarom heeft u daar zo zitten krassen? dan moet ik antwoorden dat het uit onmacht was en dat ik zal proberen het niet meer te doen’.