Vrije wil

Tjeerd van de Laar & Sander Voerman

ISBN: 9789047703303 | Uitvoering: Gebonden | Prijs: € 24,95

Discussies over verantwoordelijkheid, zelfverwerkelijking en bewustzijn

‘Kan jouw sterkste verlangen in strijd zijn met je eigen wil? Als je blijft roken omdat je verslaafd bent, terwijl je regelmatig probeert te stoppen, rook je dan nog wel uit vrije wil?’
– Tjeerd van de Laar en Sander Voerman


Wat is vrije wil? Doen we iets omdat we dat zelf belangrijk vinden, of zijn we slechts een speelbal van onze genen, onze opvoeding en de invloed van de media? Worden onze handelingen aangestuurd door bewuste gedachten, of zijn onze keuzes al in de hersenen tot stand gekomen voordat we ons daar bewust van worden?


Over deze heikele kwestie verschijnen twee boeken. Naast Vrije wil is er ook het boek Hoezo vrije wil?, die elkaar prachtig aanvullen. De boeken gaan de komende jaren een belangrijke rol spelen in het onderwijs en publieke debat.


Had bijvoorbeeld een misdadiger er ook voor kunnen kiezen om geen misdadiger te worden? Het hedendaagse debat over vrije wil is spannend en veelzijdig. De (on)vrijheid van wat we gemakshalve onze wil noemen, staat centraal in discussies over verantwoordelijkheid, zelfverwerkelijking en bewustzijn. Dit boek is verhelderend voor iedereen die grip wil krijgen op deze materie. Het is rijk aan casussen en sleutelteksten van uiteen – lopende denkers: van Kant tot Sartre, van Taylor tot Pereboom.


Deze titel is een VWO-examenboek en docentenboek voor 2012-2015. In samenwerking met Vereniging Filosofiedocenten in het Voortgezet Onderwijs.

Vrije wil

Filosofie

‘Ik ben mijn brein niet’

In een serie onderzoekt Trouw de mogelijke gevolgen van de door neurologen verklaarde dood van de vrije wil. Scholieren met filosofie in hun pakket gaan zich de komende jaren buigen over de vrije wil. In Leiden riepen de nieuwe examenbundels een levendig debat op.


TROUW 15-02-2011 REPORTAGE Marc van Dijk


Een doordeweekse avond, een grote collegezaal van de Universiteit Leiden, de steile tribune stijf gevuld met belangstellenden. Geen scholieren en ook weinig studenten. Wel veel heren en dames die zich in hun vrije tijd verdiepen in de vraag of zij al dan niet over een vrije wil beschikken.


Zoals Wilbert van Walstijn gepensioneerd onderwijsdeskundige. Voor de vereniging Oud-Leiden gaf hij in de binnenstad rondleidingen langs locaties uit ‘De Vuuraanbidders’, een historische roman van Simon Vestdijk over de strijd tussen de rekkelijken en de preciezen in het eerste kwart van de zeventiende eeuw.


De Gomaristen en de Arminianen vochten elkaar de tent uit over de vraag of alles door God was voorbeschikt (gedetermineerd), of dat de mens toch ruimte had om zelf te kiezen tussen een leven van deugd of zonde. Van Walstijn: „Die geschiedenis doet mij sterk denken aan de actuele discussie over de vrije wil.”


En alsof de duivel ermee speelt, ontvouwt zich deze avond in hetzelfde Leiden een debat dat direct een opmerkelijke heftigheid heeft. Alleen al de eerste vraag – of denken over de vrije wil een levensbeschouwelijke kwestie is wekt associaties met onze zeventiende-eeuwse voorgangers.


„Nee”, zegt Marc Slors, hoogleraar cognitiefilosofie in Nijmegen. „Of we gedetermineerd zijn of niet staat in deze tijd los van religieuze vragen. Omdat een eventueel determinisme in onze ogen geen hoger doel meer dient. God kon redenen hebben, het universum niet.”Stefaan Cuypers, hoogleraar filosofie in Leuven, schudt zijn hoofd. „Het was van oorsprong een levensbeschouwelijke discussie, en dat zal het altijd blijven. We proberen een plaats te geven aan ons gevoel dat we ‘overgeleverd zijn aan’. We worden geleid door iets wat ondoorgrondelijk is – vanouds Gods wegen. Het enige verschil zit hem in de verklaringen waarmee we die ondoorgrondelijkheid nu te lijf proberen te gaan.”


Twee boeken over de vrije wil worden deze avond ten doop gehouden: de nieuwe examenbundel voor vwo – scholieren met filosofie in hun pakket en een boek dat achtergrond biedt aan docenten.


Maar ze worden niet alleen als lesboeken geïntroduceerd. De uitgeverij richt zich op een breder lezerspubliek, en gezien de hoge verkoopcijfers van boeken waarin de vrije wil ontkend wordt (Dick Swaab, Victor Lamme), is dat wel te begrijpen.


Filosoof Maureen Sie, samensteller van de bundel ‘Hoezo vrije wil?’: „De mensen die in populaire literatuur en media vergaande beweringen doen over de vrije wil zijn veelal betawetenschappers. Ik dacht steeds: waar zijn de filosofen in dit debat?” Daar hoopt ze met haar bundel verandering in te brengen. Met bijdragen van onder anderen Ybo Buruma, Ger Groot en Bert Keizer is het een prikkelend boek geworden.


Zes van de auteurs zijn aanwezig om met de zaal van gedachten te wisselen. En dan zijn er ook nog de twee jonge schrijvers van de examenbundel, Tjeerd van de Laar en Sander Voerman, die met de vaart en energie van stand-up comedians hun stellingen poneren.


Zo vertelt Van de Laar dat hij als scholier dolgraag Nike-schoenen wilde. Maar later moest hij inzien dat zijn wens uit niets anders voortkwam dan groepsdruk – de Nikes waren slechts een middel om bij de stoerste jongens te kunnen gaan horen, een opzet die naar zijn eigen zeggen overigens mislukte.


“Het is volgens Van de Laar bijzonder spannend om scholieren tot denken aan te zetten over deze zaken van de eerste sigaret tot de vraag naar de strafmaat voor pedoseksuelen. „Het is gevaarlijk om over de vrije wil te denken, maar het is nog gevaarlijker om dat niet te doen.”


Voortdurend moet opnieuw worden afgesproken waarover het gesprek eigenlijk gaat, wat men onder vrije wil verstaat. Dat je bijvoorbeeld verantwoordelijk kan zijn voor iets wat je niet hebt gewild of gekozen (zoals het veroorzaken van een auto-ongeluk). En dat het in het debat niet zozeer gaat over het bestaan van een losstaande entiteit die ‘de vrije wil’ heet, maar over de vraag of wij in staat zijn om dingen te doen met een beweegreden die we zelf kiezen. Of is die zogenaamde reden slechts een soort creatief bedachte verantwoording die we achteraf verbinden aan iets dat we al gedaan hadden voor we het wisten?


Uit de zaal vooral veel geluiden van mensen die er allang van overtuigd zijn dat ze zelf nauwelijks grip hebben op hun eigen handelen. Soms tot verbazing van de auteurs uit het panel. Bert Keizer: „Nee mevrouw, ik ben mijn brein niet.”


Reflectie over de vrije wil kan leiden tot geestige en poetische overpeinzingen, maar er zijn ook mensen die zich oprecht zorgen maken over de vraag wat al deze bespiegelingen aanrichten, zeker nu ze leerstof worden voor scholieren.


Volgens Will Tiemeijer, medewerker van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) is het gespeculeer niet vrijblijvend. Hij wijst op onderzoeken waaruit blijkt dat mensen zich onverschilliger en minder verantwoordelijk gaan gedragen als ze vaak te horen krijgen dat ze geen vrije wil zouden hebben.


Het is het soort bijeenkomst waarvan iedereen na afloop een andere samenvatting zou geven. Dankzij acht panelleden en volop interactie met de zaal slingert het gesprek alle kanten op, en wordt het af en toe rumoerig, omdat eigenlijk iedereen wel zijn eigen visie op de materie blijkt te willen geven (oudere heer: ‘Het besef geen vrije wil te hebben, is voor mij een enorme opluchting’). En misschien is die gevarieerdheid ook wel toepasselijk, bij de presentatie van twee boeken van in totaal zestien auteurs, die een veelheid aan visies bundelen.


Die boeken, allebei helder van opzet en in toegankelijke taal geschreven, kunnen hopelijk wel bijdragen aan het verminderen van de spraakverwarring die al snel optreedt als het over de mens en zijn al dan niet vrije wil gaat.


Tjeerd van de Laar en Sander Voerman: ‘Vrije wil. Discussies over verantwoordelijkheid, zelfverwerkelijking en bewustzijn.’ Lemniscaat. ISBN 9789047703303,216 pagina’s, € 24,95


Maureen Sie e.a.: ‘Hoezo vrije wil? Perspectieven op een heikele kwestie.’ Lemniscaat. ISBN 9789047703310,296 pagina’s, € 19,95

Morele dilemma’s voor filosofen op de middelbare school

Ruim tweehonderd docenten filosofie waren vorige week in Leiden bijeen voor een studiedag over de vrije wil, het onderwerp voor het eindexamenprogramma (2012 – 2015) van het vwo-vak filosofie. Geen makkelijke kost. Eindexamenkandidaten moeten straks zo ongeveer alle denkbare visies op de vrije wil kennen en vertrouwd zijn met termen als ‘hard determinisme’ en ‘hard incompatibilisme’. Studievrienden Sander Voerman (1979) en Tjeerd van de Laar (1979) schreven de afgelopen drie jaar samen ‘De vrije wil’, dat als leerboek voor scholieren gaat dienen. Voerman verricht aan de Universiteit van Tilburg een promotieonderzoek over ‘de normativiteit van morele oordelen en de wil van het menselijk individu’. Tjeerd van de Laar promoveerde in Nijmegen met een proefschrift over bewustzijn. Beide onderwerpen zijn terug te zien in de opzet van het boek. Om te voorkomen dat het denken over de vrije wil te abstract en te vrijblijvend wordt, gaan de hoofdstukken over verantwoordelijkheid, zelfverwerkelijking en bewustzijn. Steeds worden deze thema’s gekoppeld aan concrete, maatschappelijk relevante vragen en dilemma’s.


In het hoofdstuk over verantwoordelijkheid komt de vraag aan de orde waarom de maatschappij eigenlijk gevangenisstraffen uitdeelt aan misdadigers – en natuurlijk de vraag of deze redenen hun geldigheid behouden als de menselijke wil niet blijkt te functioneren zoals we tot nu toe dachten. ‘Denk aan een SS-officier die in de Tweede Wereldoorlog Joodse burgers heeft gemarteld en gedood, maar na de oorlog tot inkeer komt en spijt heeft van zijn handelingen.’


De pragmatische functies van een gevangenisstraf, zoals bescherming voor de samenleving en de afschrikkende werking, zijn in de analyse van de auteurs in dit geval twijfelachtig – voor oorlogsmisdaden heb je een oorlog nodig. Ze verwijzen naar de Amerikaanse filosoof Derk Peereboom, die ervan uitgaat dat mensen eigenlijk nooit straf verdienen. Peereboom zou over de oud-SS’er waarschijnlijk zeggen dat hij alleen gestraft hoeft te worden als hij zelf aangeeft dat hij dat wil.


Tjeerd van de Laar, docent filosofie in Tilburg en Den Bosch: „Het gaat ons er vooral om dat leerlingen zelf leren denken en met goede argumenten komen. De uitspraak: ‘Dat is gewoon zo’ is in mijn lessen verboden.”


Sander Voerman: „Het is enigszins paradoxaal. We leren scholieren zelf te denken over de vraag of ze wel zelf kunnen denken. We moraliseren niet en we nemen geen stelling. Bij elke filosoof die we introduceren, geven we ook argumenten die tegen diens opvattingen ingaan.”


De passage over Peereboom besluit: „Het idee dat we geen vrije wil hebben, wordt vaak gezien als een sceptische en pessimistische opvatting over moraal en verantwoordelijkheid. Volgens Peereboom kan dit idee echter ook begrepen worden als een optimistische visie op moraal. Immers: als de vrije wil niet bestaat, komt immoreel gedrag ook niet voort uit een vrije wil om kwaad te doen. Het lijkt eerder zo te zijn dat als mensen slechte dingen doen, ze dat doen uit onwetendheid of gebrek aan opvoeding.”

Over de auteur

Tjeerd van de Laar (1979) doceert filosofie in het middelbaar onderwijs; in 2007 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen met het proefschrift Explicit Science.

Over de auteur

Sander Voerman (1979) is promovendus aan de Universiteit van Tilburg; zijn onderzoeksproject gaat over ethiek en de wil van het individu.